In de praktijk zegt de curator kort na de faillietverklaring alle arbeidsovereenkomsten op, waarna het UWV de salarisbetalingen overneemt op grond van de loongarantieregeling in de WW. In dat verband wordt ook wel gesproken van een faillissementsuitkering.
De navolgende betalingsverplichtingen komen voor overname door het UWV in aanmerking:
achterstallig loon over maximaal dertien weken;
loon over de opzegtermijn met een maximum van zes weken;
vakantiegeld en niet betaalde vakantiebijslag over ten hoogste het afgelopen jaar (inclusief de opzegtermijn);
niet betaalde pensioenpremies (werkgevers- en werknemersdeel) over maximaal één jaar.
De hoogte van de uitkering op grond van deze regeling is beperkt tot, kort gezegd, anderhalf maal het maximumdagloon volgens de sociale verzekeringswetten.
De eerste (voorschotten op) betalingen door het UWV volgen vaak na vier á vijf weken. Dat is soms wel anderhalve maand of meer na de reguliere betaaldatum van het salaris.
Hoge Raad: recht op wettelijke rente én wettelijke verhoging
De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen beantwoord, waar het ging om de vraag of werknemers ten aanzien van een failliete werkgever recht hebben op wettelijke rente en/of wettelijke verhoging bij te late betaling van het salaris.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de boedel/curator zowel de wettelijke rente als ook de wettelijke verhoging verschuldigd is bij te late betaling van het salaris. Het is niet van belang dat vooraf duidelijk is dat het UWV gaat betalen. Er kan, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, aanleiding zijn om de wettelijke verhoging (maximaal 50%) te matigen. Dit moet in individuele gevallen door de rechter worden beoordeeld. Het faillissement of de betalingsonmacht kan daarbij een grond voor matiging zijn. Verder betreft de wettelijke verhoging een preferente boedelvordering en de wettelijke rente een concurrente boedelschuld.
Ook wijzen op recht
Daarnaast gaf de Hoge Raad aan dat het bij een goede vervulling van de taak van de curator past, dat hij werknemers er kort op wijst dat zij ten aanzien van de boedel aanspraak kunnen maken op betaling van loon, wettelijke rente en wettelijke verhoging.
Archief van Types: Nieuws van SRA
Wettelijke verhoging en rente over loon bij faillissement
Als een werkgever failliet is verklaard, hebben de werknemers veelal een loonvordering op de werkgever. Hebben werknemers ten aanzien van de failliete werkgever dan recht op wettelijke verhoging en/of wettelijke rente bij te late betaling van het salaris, wat bijna altijd het geval is bij een faillissement?
Tijdelijke verblijfkosten zijn de kosten die uw werknemers maken tijdens zakelijke reizen. Deze kunt u, onder voorwaarden, belastingvrij vergoeden aan uw werknemers. U kunt wellicht aansluiten bij de bedragen die ambtenaren belastingvrij krijgen als ze op dienstreis zijn.
De mogelijkheid om 10% pensioen ineens op te nemen is nog niet mogelijk vanaf 1 juli 2026. Vanaf wanneer dat wel mogelijk is, is op dit moment nog niet bekend.
De hypotheekrente die u betaalt ter financiering van een eigen woning is in beginsel aftrekbaar. Een belangrijke voorwaarde voor aftrek is dat de woning dient als hoofdverblijf. Een andere voorwaarde is dat de hypothecaire lening een looptijd heeft van maximaal 30 jaar.
Bezitters van een eigen woning betalen hierover jaarlijks belasting in box 1 via het eigenwoningforfait (EWF). Er zijn twee forfaits, een van 0,35% en een hoger forfait van 2,25%. Is dit hogere forfait, ook wel villatax genoemd, in strijd met Europees recht?
De Belastingdienst heeft collectieve uitspraken gedaan op bezwaar over de hoogte van belastingrente op de vennootschapsbelasting (Vpb) en die van de inkomstenbelasting (IB) en overige belastingen. Wat betekent dit voor u?
Bij een overgang van onderneming gaan als uitgangspunt de rechten en plichten van de werknemers over naar de nieuwe eigenaar, de verkrijger. De werknemers treden van rechtswege automatisch in dienst bij de verkrijger. Wanneer is ontslag wel mogelijk? Een casus van de Hoge Raad.
Per 1 juli 2026 treedt de vrachtwagenheffing in Nederland in werking. Een deel van de wet treedt echter al per 1 maart 2026 in werking. Wat betekent dit?
Bedrijven tot 250 werknemers worden hoogstwaarschijnlijk met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 uitgezonderd van de verplichting om over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van werknemers te rapporteren. Dat staat in een internetconsultatie.