Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen
De Eerste Kamer heeft op 7 juli 2026 ingestemd met het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers. De wet treedt per 1 januari 2028 in werking.
Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen door de Wet meer zekerheid flexwerkers per 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Het uitgangspunt wordt dat tijdelijke contracten bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na drie tijdelijke contracten mag er pas na drie jaar weer voor dezelfde werkgever worden gewerkt. Nu is die tussenperiode nog zes maanden. Op die manier wordt beoogd een einde te maken aan draaideurconstructies.
Let op! Voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) blijft de tussenpoos zes maanden. Daarnaast blijft voor seizoensarbeid een onderbrekingstermijn van drie maanden mogelijk.
Ook mogen als uitgangspunt geen nulurencontracten meer worden overeengekomen. Die moeten vervangen worden door bandbreedte contracten. Het verschil tussen het minimum- en het maximumaantal uren mag maximaal 30% bedragen. Oproepen die boven het maximum zitten mag de werknemer weigeren en bij structureel meer werk moet de werkgever een contract met meer uren aanbieden.
Let op! Voor bijbanen van AOW-gerechtigden, scholieren en studenten met een andere hoofdactiviteit geldt een uitzondering.
Uitzendkrachten moeten minimaal gelijkwaardige arbeidvoorwaarden krijgen als mensen die regulier in dienst zijn. Dit onderdeel treedt eerder in werking, namelijk op 31 december 2026.
De wet betreft een hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt die moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor ondernemers. Het is de tweede wet van het arbeidsmarktpakket die is aangenomen. Eerder is de wet Invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief al aangenomen.
De Eerste Kamer heeft op 7 juli 2026 ingestemd met het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers. De wet treedt per 1 januari 2028 in werking.
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten regelt dat er voor partijen die werknemers uitlenen (uitleners) een toelatingsstelsel komt. De wet treedt gefaseerd in werking.
Als werkgever kun je een of meer fiets(en) van de zaak aan je werknemer ter beschikking stellen. De bijtelling bedraagt 7% per fiets. Geldt dit ook voor de tweede of volgende fiets die je ter beschikking stelt?
Heb je personeel in dienst dat een opleiding volgt? Dan kom je mogelijk in aanmerking voor de subsidieregeling Praktijkleren. Ook is er onder bepaalde voorwaarden een financiële bijdrage mogelijk vanuit een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor je branche. Daarnaast bestaan er diverse subsidies, zoals de SLIM-subsidie en regionale of sectorale subsidies. In deze advieswijzer worden de belangrijkste regelingen uitgelegd.
In de beschikkingen Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) 2025 houdt de Belastingdienst niet altijd correct rekening met de overgang van een onderneming. Kom op tijd in bezwaar tegen deze beschikking die de Belastingdienst vanaf begin juni tot eind juli 2026 verstuurt.
De Belastingdienst heeft bevestigd dat in de periode vóór oprichting van een bv (de voorperiode) de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing is.
Gerechtshof Arnhem heeft geoordeeld dat het platform Temper een uitzendbureau is. Hoe kwam het gerechtshof tot dit oordeel en wat betekent dit?
Werkgevers in het mkb kunnen ook dit jaar subsidie aanvragen voor inclusiviteitstechnologieën. Dit zijn technologieën die werknemers met een arbeidsbeperking ondersteunen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. De aanvraagperiode is verlengd tot 31 augustus 2026.
De regering werkt een wetsvoorstel uit dat werknemers beter gaat beschermen tegen betalingen onder het wettelijk minimumloon.
Kan de bv de kosten van de sportschool en een personal trainer van de dga onbelast vergoeden? Een rechtbank vond in een casus van vóór 2022 dat dit kon. Maar hoe zit dat vanaf 2022, toen de wet op dit punt gewijzigd is?