Bij het bepalen van de hoogte van de transitievergoeding dient onder meer gekeken te worden naar eerdere dienstverbanden als deze zes maanden of korter geleden zijn beëindigd. In een aan de Hoge Raad voorgelegde zaak, ging het om een werknemer die door de werkgever binnen zes maanden na diens ontslagname was teruggevraagd. Er was vervolgens een nieuwe arbeidsovereenkomst tussen partijen gesloten. Naar de letter van de wet telt dan het oude dienstverband mee.
De nieuwe arbeidsovereenkomst werd later door de kantonrechter ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsrelatie (de zogenaamde g-grond). De werknemer was het vervolgens niet eens met de berekening van de transitievergoeding.
Wat oordeelt de Hoge Raad?
De Hoge Raad oordeelt echter dat het meenemen van het eerdere dienstverband, beëindigd door de werknemer zelf, niet overeenkomstig de geest van de wet is zoals deze naar voren komt uit de parlementaire stukken en de wet dus niet zo moet worden uitgelegd.
Volgens de Hoge Raad brengt een redelijke wetsuitleg mee dat eerdere arbeidsovereenkomsten die zijn beëindigd op initiatief van de werknemer – zonder dat sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever – niet worden meegerekend bij de toepassing van de wet, waar het gaat om de samentelling van dienstverbanden ter bepaling van de hoogte van de transitievergoeding.
In deze casus hoefde de werkgever bij het vaststellen van een transitievergoeding dus niet de eerdere arbeidsovereenkomst mee te rekenen in de uiteindelijke transitievergoeding.
Archief van Categorie: Nieuws
Hoogte transitievergoeding bij eerdere ontslagname door werknemer
De hoogte van de transitievergoeding is mede afhankelijk van de duur van de beëindigde arbeidsovereenkomst. Voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd is een derde van het brutomaandsalaris verschuldigd. Is dat altijd het geval?
Een dga die werkt voor zijn eigen bv moet een gebruikelijk loon genieten uit zijn bv. Het normbedrag binnen de gebruikelijkloonregeling stijgt per 2026 naar € 58.000.
Als u voor uw onderneming in de inkomstenbelasting gebruikmaakt van een gedeelte van een pand, terwijl u in het andere deel woont, kunt u het bedrijfsdeel over het algemeen als ondernemingsvermogen aanmerken. Bij staking van uw onderneming gaat het bedrijfsdeel dan over naar privé en moet u hierover fiscaal afrekenen.
Het griffierecht wordt per 1 januari 2026 verhoogd met 2,94%. De verhoging wordt op hele euro’s afgerond. De verhoging vloeit voort uit de jaarlijkse indexatie met de consumentenprijsindex.
Het UWV heeft aangekondigd vanaf januari 2026 ‘tijdelijk’ de beslistermijn voor werknemers die een WIA-uitkering of een herbeoordeling aanvragen te verdubbelen van acht naar zestien weken.
Als u het met een belastingaanslag niet eens bent, kunt u bezwaar aantekenen. Voordat de inspecteur op uw bezwaar beslist, stelt hij u in de gelegenheid over uw bezwaar te worden gehoord. De inspecteur dient u van deze mogelijkheid op de hoogte te stellen. De termijn hiervoor moet redelijk zijn en niet te kort. Wanneer is sprake van ‘te kort’? Een casus.
Veel belastingplichtigen, zo ook ondernemers in de inkomstenbelasting, kunnen al in december 2025 de voorlopige aanslag voor 2026 ontvangen. De Belastingdienst wijst erop dat u deze voorlopige aanslag pas ná de dagtekening moet betalen.
Consumenten kunnen in een winkel vaak voor een gering bedrag een plastic draagtas aanschaffen. Een eigenaar van supermarkten procedeerde tot aan de Hoge Raad om te achterhalen of op deze tasjes terecht het hoge btw-tarief van 21% van toepassing is.
Alle pensioenregelingen moeten per 2028 voldoen aan de Wet toekomst pensioenen. Dat betekent dat alle werknemers, jong/oud, fulltime/parttime, een gelijke premie (flatrate) moeten krijgen.
Als u een naheffingsaanslag parkeerbelasting krijgt, betaalt u ook voor de hiermee verband houdende kosten. De omvang van deze kosten wordt door de gemeente zo goed mogelijk geraamd. Mag een dergelijke raming achteraf ook worden bijgesteld?