Eindejaarstips 2016 - deel 1

Voor u liggen de eindejaarstips voor 2016 (deel 1). In deze tips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar. Een aantal van deze plannen is echter nog niet definitief omdat ze nog door de Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd.

De tips zijn onderverdeeld in zeven categorieën:

1. Tips voor alle belastingplichtigen
2. Tips voor de woningeigenaar
3. Tips voor ondernemers en rechtspersonen
4. Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting
5. Tips voor de bv en de dga
6. Tips voor werkgevers
7. Tips voor de automobilist

In deel 1 worden catergorieën 1 tot en met 3 behandeld.

======================================================

1. Tips voor alle belastingplichtigen

======================================================

Houd rekening met de nieuwe tarieven in box 3

Met ingang van 1 januari 2017 verandert het uiterlijk van box 3. Het vaste forfaitaire rendement van 4% wordt vervangen door drie schijven met jaarlijkse veranderende rendementen. Voor de peildatum 1 januari 2017 zijn deze als volgt vastgesteld:

Vermogensschijf

Vermogen (na aftrek heffingsvrij vermogen) 

 Forfaitair rendementspercentage

 1

Minder of gelijk aan € 75.000

 2,87%

 2

Meer dan € 75.000 of minder of gelijk aan € 975.000

 4,60%

 3

Meer dan € 975.000

 5,39%

Het tarief in box 3 blijft wel 30%. Het heffingsvrij vermogen (een vast bedrag dat vrijgesteld is van belasting) wordt verhoogd naar € 25.000 per persoon.

Let op!
De nieuwe tarieven zijn voordeliger voor de lagere vermogens en nadeliger voor de hogere vermogens. Het omslagpunt ligt rond een vermogen van € 245.000 Tot dat vermogen betaalt u in 2017 effectief minder belasting over uw vermogen dan in 2016. Is uw vermogen groter, dan zult u in 2017 effectief meer belasting betalen over uw vermogen.

Beleg groen in box 3

Wilt u uw box 3 vermogen verlagen, denk dan ook eens aan groene beleggingen. Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling in box 3 van maximaal € 57.213 (bedrag 2016). Heeft u een fiscale partner, dan bedraagt de vrijstelling voor u en uw partner gezamenlijk zelfs het dubbele (€ 114.426). Naast de vrijstelling in box 3 heeft u ook nog recht op een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag in box 3.

Tip: Check wel altijd eerst of het fonds waarin u wilt beleggen door de Belastingdienst is aangewezen als een groen fonds. Is dat niet het geval, dan geldt de vrijstelling en de heffingskorting namelijk niet. 

Koop uw zaken voor persoonlijk gebruik nog dit jaar

Alle roerende zaken die voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt of verbruikt, hoeft u niet op te geven in box 3. Bij roerende zaken kunt u denken aan inboedel, een auto, boot of caravan maar bijvoorbeeld ook aan juwelen of een duur horloge. Bent u van plan binnenkort een dergelijke aanschaf te doen, zorg dan dat u deze aanschaf uiterlijk 31 december heeft gedaan en betaald. In de box 3 heffing per 1 januari 2017 zal dit vermogen dan niet meer worden meegenomen.

Let op!
Er geldt een antimisbruikmaatregel. Kan de Belastingdienst namelijk aannemelijk maken dat u de zaken hoofdzakelijk ter belegging heeft gekocht, dan behoren deze zaken wel tot het vermogen in box 3. Ook als u deze zaken tevens persoonlijk gebruikt.  

Koop nog dit jaar een lijfrente

Koop nog dit jaar een lijfrente of stort op uw lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht en creëer daarmee een extra aftrekpost. De betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaar- en reserveringsruimte. Laat u vooraf informeren over alle voorwaarden en de hoogte van de maximaal aftrekbare premie.

Tip: Zorg dat u de bedragen in 2016 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2016.

Maak gebruik van jaarlijkse schenkingsvrijstellingen

Voor ouders-kinderen geldt een jaarlijkse schenkvrijstelling van € 5.304 (2016) en de eenmalig verhoogde schenkvrijstelling (van € 25.449 in 2016). Deze verhoogde vrijstelling kan slechts eenmaal worden benut voor een kind dat tussen de 18 en de 40 jaar jong is. Deze eenmalige verhoogde vrijstelling kan worden verhoogd wanneer het geld wordt gebruikt voor de eigen woning of studie/opleiding (zie hierna). Voor kleinkinderen geldt een jaarlijkse vrijstelling van € 2.122 (2016). 

Voorkom belastingrente: verzoek om een voorlopige aanslag

Met betrekking tot uw aanslag inkomstenbelasting 2015 rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2016 een rente van 4%. Dit is hoog, zeker in vergelijking met het huidige rendement op een spaarrekening. Voorkom dat u deze hoge rente verschuldigd wordt en controleer of uw voorlopige aanslag juist is. Is deze te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan.

Tip: Vraag ook een nieuwe lagere voorlopige aanslag aan als uw voorlopige aanslag te hoog is. In tegenstelling tot vroeger kunt u niet meer “sparen” bij de Belastingdienst. De Belastingdienst vergoedt namelijk over het algemeen geen rente meer over een te hoge aanslag.

Terug naar boven

===========================================================

2. Tips voor de woningeigenaar

===========================================================

Wacht met schenken voor de eigen woning tot 2017

Per 1 januari 2017 wordt de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning verhoogd naar € 100.000. Wacht daarom nog even als u wilt schenken voor de eigen woning.

De beperking dat de schenking moet zijn gedaan van een ouder aan een kind, komt per 1 januari 2017 ook te vervallen. Hierdoor kan er ook buiten de gezinssituatie gebruik worden gemaakt van de vrijstelling. Wel blijft de beperking van kracht dat de begunstigde tussen 18 en 40 jaar moet zijn. Degene die de schenking ontvangt, moet deze gebruiken voor de eigen woning. Het gaat om de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning en de aflossing van de eigenwoningschuld of de restschuld na verkoop van de eigen woning.

Let op! De verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is eenmalig. De verkrijger kan hier eenmaal per schenker gebruik van maken. Heeft u als schenker ten aanzien van dezelfde verkrijger in 2013 of 2014 al gebruikgemaakt van de toenmalige vrijstelling van € 100.000, dan is dit vanaf 2017 niet meer mogelijk. Schenkt u aan uw zoon of dochter in 2015 of 2016 eenmalig een bedrag voor de eigen woning (maximaal € 52.752 respectievelijk € 53.016), dan mag u dit bedrag in 2017 of 2018 nog aanvullen tot € 100.000.

Of schenk in 2016 nog en verhoog uw schenkingsvrijstelling in 2017

Is voor het jaar 2010 al gebruik gemaakt van de toenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling? Wacht dan niet met schenken tot 2017. Een schenking in 2016 kan de vrijstelling in 2017 namelijk behoorlijk verhogen.

In de jaren voor 2010 was het bedrag van de schenkingsvrijstelling maar ongeveer de helft van het huidige bedrag. Om die reden kan vanaf 2010 nogmaals een beroep op de verhoogde vrijstelling worden gedaan tot een bedrag van € 27.570 (bedrag 2016). Is hiervan tot en met 2016 geen gebruik gemaakt, dan bedraagt de vrijstelling vanaf 2017 nog maar € 27.517. Is echter in de jaren 2015 of 2016 wel een beroep hierop gedaan, dan kan in 2017 of 2018 nog gebruik worden gemaakt van een vrijstelling van € 46.984!

Tip: Ingewikkeld: ja, maar zo heeft de wetgever het nu eenmaal bedacht. Onthoud echter de belangrijkste conclusie dat schenking in 2016 voor een totale nog te gebruiken vrijstelling van € 74.554 zorgt, terwijl schenking in 2017 nog maar een totale vrijstelling van € 27.517 oplevert. Overleg daarom met onze adviseurs over uw schenkingsplanning.

Gebruik schenkingsvrijstelling van € 100.000 al in 2016 door te lenen

Als u het één en ander juist vormgeeft, kan ook in 2016 al gebruik worden gemaakt van de vrijstelling van € 100.000. De schenkingsvrijstelling geldt namelijk niet alleen voor de aankoop van een eigen woning maar ook voor de aflossing van een eigenwoningschuld. Door nu in 2016 een bedrag van € 100.000 te lenen voor de eigen woning, kan ditzelfde bedrag in 2017 of later vrijgesteld geschonken worden ter aflossing van de lening.

Let op!
De lening moet wel kunnen worden aangemerkt als een eigenwoningschuld. Hiervoor gelden stringente voorwaarden waaronder dat de lening ten minste annuïtair in maximaal 30 jaar moet worden afgelost. Voldoet de lening niet aan de gestelde voorwaarden, dan bestaat geen recht op renteaftrek. Vanaf 2017 kan op dat moment ook geen beroep gedaan worden op de schenkingsvrijstelling van € 100.000. Laat u hier dus goed over adviseren.

Combineer schenken en lenen voor eigen woning

U kunt ook in 2016 al gebruik maken van de hoge vrijstelling van € 100.000 door in 2016 tot een bedrag van € 53.016 een schenking te doen onder de huidige verhoogde schenkingsvrijstelling en daarnaast een lening voor de eigen woning te verstrekken tot een bedrag van € 46.984. In 2017 of 2018 kan dan een zelfde bedrag vrijgesteld geschonken worden ter aflossing van de lening.

Tip: Bij deze route kan het bedrag van de lening vanaf 2019 niet meer vrijgesteld geschonken worden. Overleg daarom met onze adviseurs of deze schenkingplanning in uw situatie het meest ideaal is.

Spreid de schenking over drie jaren en voorkom boeterente

Vanaf 2017 is het ook mogelijk om de hoge schenkingsvrijstelling van € 100.000 te gebruiken voor een schenking die u spreidt over drie achtereenvolgende jaren. Als de ontvanger van de schenker deze gebruikt voor aflossing van de eigenwoningschuld, kan hierdoor de boeterente misschien (deels) worden voorkomen.

Plan verkoop eigen woning slim rondom de jaarwisseling

Verkoopt u uw eigen woning, dan kan het financieel nadelig zijn wanneer de overdracht bij de notaris voor 1 januari 2017 plaatsvindt. Als u de ontvangen koopsom namelijk niet direct gebruikt voor de aankoop van een nieuwe eigen woning, valt deze per 1 januari 2017 in box 3. U kunt de belastingheffing in box 3 eenvoudig voorkomen door de overdracht te verplaatsen naar bijvoorbeeld 2 januari 2017.

Tip: Plan de overdracht van uw eigen woning bij de notaris slim en bespaar box 3-heffing.

Draagt u uw eigen woning bij de notaris over voor 1 januari 2017 en wendt u de ontvangen koopsom nog voor 1 januari 2017 aan voor de koop van een nieuwe eigen woning bij de notaris? Dan valt de ontvangen koopsom niet in box 3. 

Plan koop eigen woning slim rondom de jaarwisseling

Koopt u een eigen woning en betaalt u deze aankoop (gedeeltelijk) met eigen geld? Dan kan het financieel nadelig zijn wanneer de overdracht bij de notaris na 1 januari 2017 plaatsvindt. Het eigen geld behoort dan namelijk per 1 januari 2017 nog tot uw vermogen in box 3. U kunt de belastingheffing in box 3 eenvoudig voorkomen door de overdracht te verplaatsen naar bijvoorbeeld 30 december 2016.

Let op!
Het schuiven met de datum is niet altijd eenvoudig omdat uw verkoper mogelijk een tegenovergesteld belang heeft.

Los een kleine hypotheek af

Als u geen hypotheekrente in aftrek brengt, hoeft u ook geen eigenwoningforfait bij te tellen. Om die reden kan het verstandig zijn om een lage hypotheekschuld af te lossen. Bijkomend voordeel is dat hiermee ook uw box 3-vermogen lager wordt en u dus ook minder belasting in box 3 betaalt. Uiteraard moet u dan wel zorgen dat u uiterlijk 31 december 2016 aflost.

Let op!
Laat de voorkoming van het eigenwoningforfait en de verlaging van de belasting in box 3 geen doel op zich zijn. Bedenk daarom vooraf of u mogelijk op een later moment geen ander bestedingsdoel heeft voor het voor de aflossing gebruikte box 3-vermogen.

Betaal uw hypotheekrente vooruit

Valt uw inkomen in 2017 in een lager tarief dan in 2016 en/of wilt u uw box 3-vermogen verlagen, dan is het mogelijk financieel aantrekkelijk om in 2016 uw hypotheekrente vooruit te betalen. Uw hypotheekrente wordt in 2016 dan nog afgetrokken tegen het hogere tarief en uw box 3-vermogen per 1 januari 2017 zal lager zijn.

Let op!
U mag maximaal de in 2016 vooruitbetaalde hypotheekrente van het eerste halfjaar van 2017 in 2016 in aftrek brengen.
 
Terug naar boven 

===========================================================

3. Tips voor ondernemers en rechtspersonen

===========================================================

Laat zien dat u bezig bent met een modelovereenkomstrekening

Er is veel onrust en onzekerheid over de Wet DBA. Daarom krijgen zzp'ers en opdrachtgevers langer de tijd om zonder boete of naheffing hun werkwijze aan te passen, of hun (model)overeenkomst zo te wijzigen dat die overeenkomt met de manier van werken. Deze zogeheten implementatietermijn wordt verlengd van 1 mei 2017 tot in ieder geval 1 januari 2018.

Vanaf die datum kunt u alleen nog zekerheid krijgen over de loonheffingen als u werkt met en volgens een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst. Als u op dit moment nog niet een dergelijke modelovereenkomst heeft afgesloten, hoeft u niet in paniek te raken. Er geldt namelijk een overgangsperiode die loopt tot 1 januari 2018. Gedurende deze periode krijgt u de tijd om uw werkwijze aan te passen. Om te voorkomen dat de Belastingdienst met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018 kan naheffen, hoeft u dus nu nog niet klaar te zijn. U moet echter wel kunnen laten zien dat u zich inspant om te komen tot een juiste overeenkomst en werkwijze.  

Werk volgens de modelovereenkomst

Maakt u gebruik van een modelovereenkomst, dan heeft u alleen vrijwaring als ook daadwerkelijk volgens die overeenkomst wordt gewerkt. Wordt in de praktijk afwijkend gewerkt, dan vervalt de vrijwaring en kan de Belastingdienst alsnog op dat moment beoordelen of wel of niet sprake is van een dienstbetrekking.

Let op!
Zorg daarom dat de modelovereenkomst waarmee u werkt in overeenstemming is met uw individuele omstandigheden en werkwijze. Kunt u een dergelijke modelovereenkomst niet vinden op de website van de Belastingdienst, leg dan tijdig uw eigen overeenkomst voor bij de Belastingdienst.

U heeft tot 1 mei 2017 de tijd om uw werkwijze aan te passen en uw modelovereenkomsten voor te leggen aan de Belastingdienst. Gedurende deze tijd zal de Belastingdienst een terughoudend handhavingsbeleid voeren. Vanaf 1 mei 2017 moet u uw zaken echter definitief op orde hebben.

Tip: U bent niet verplicht om een modelovereenkomst af te sluiten, maar zonder goedgekeurde modelovereenkomst heeft u in ieder geval geen zekerheid.

Beoordeel of sprake is van een dienstbetrekking


De Belastingdienst beoordeelt de modelovereenkomsten uitsluitend op de gevolgen voor de loonheffingen en werknemersverzekeringen. Deze beoordeling betreft het antwoord op de vraag of sprake is van een dienstbetrekking. Voor de aanwezigheid van een dienstbetrekking dient in ieder geval aan de volgende drie voorwaarden te zijn voldaan:
- De opdrachtnemer is verplicht persoonlijk arbeid te verrichten.
- De opdrachtgever is verplicht hiervoor een beloning te betalen.
- Er is sprake van een gezagsverhouding tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer die vergelijkbaar is met werkgeversgezag.

De beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking is niet eenvoudig te maken en is sterk afhankelijk van de feitelijke situatie. Als hulpmiddel kan gebruik worden gemaakt van het door de Belastingdienst gepubliceerde overzicht met bepalingen, die wel of juist niet tot een dienstbetrekking kunnen leiden. Daarnaast heeft de Belastingdienst haar beoordelingskaders van de modelovereenkomsten gepubliceerd.

Tip:
Zekerheid over wel of geen dienstbetrekking, heeft u alleen als u gebruik maakt van een goedgekeurde modelovereenkomst en u in de praktijk ook daadwerkelijk volgens die overeenkomst werkt.

Sluit fictieve dienstbetrekkingen tijdig uit

Een fictieve dienstbetrekking is een arbeidsrelatie die weliswaar geen echte dienstbetrekking vormt, maar waarvan de wet bepaalt dat deze voor de loonheffingen en werknemersverzekeringen toch als dienstbetrekking wordt aangemerkt. De fictieve dienstbetrekking vormt in veel situaties een adder(tje) onder het gras. Is namelijk geen sprake van een echte dienstbetrekking, kan onverwacht toch sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking. Tot 1 mei 2016 hoefde u zich om die fictieve dienstbetrekking niet te bekommeren omdat de VAR-wuo en de VAR-dga automatisch voor uitsluiting van de fictieve dienstbetrekking zorgde. Onder de modelovereenkomsten is dat vanaf 1 mei 2016 echter anders.

Voorbeelden van fictieve dienstbetrekkingen zijn de fictieve dienstbetrekking voor gelijkgestelden en thuiswerkers. Deze fictieve dienstbetrekkingen kunt u echter redelijk eenvoudig voorkomen door in een schriftelijke overeenkomst die u sluit met uw opdrachtnemer op te nemen dat u gezamenlijk kiest om deze fictieve dienstbetrekkingen uit te sluiten. Zorg dat u deze overeenkomst sluit voordat de betaling van de beloning plaatsvindt.

Tip: In veel algemene en branchespecifieke modelovereenkomsten is een dergelijk uitsluiting al standaard opgenomen. Controleer of dit het geval is. Maakt u een eigen modelovereenkomst die u voorlegt? Vergeet dan niet om de uitsluiting op te nemen.

Niet alle fictieve dienstbetrekkingen kunnen zonder meer in een modelovereenkomst worden uitgesloten. Een aannemer van werk en zijn hulp staan bijvoorbeeld in beginsel tot u in fictieve dienstbetrekking. Dit kunt u straks niet uitsluiten door een algemene uitsluiting in een modelovereenkomst. Alleen als de aannemer zijn werk uitvoert in de persoonlijke of huishoudelijke sfeer of als hij kan worden aangemerkt als zelfstandig ondernemer, zal geen sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking.

Let op!
Er zijn nog meer fictieve dienstbetrekkingen. Overleg met onze adviseurs of in de verhouding met uw opdrachtnemers mogelijk sprake kan zijn van een dergelijke fictieve dienstbetrekking

Meld uw knelpunten bij het meldpunt modelovereenkomsten

Ondervindt u knelpunten met betrekking tot modelovereenkomsten, dan kunt u deze melden bij het knelpunt modelovereenkomsten. De Staatssecretaris heeft toegezegd alle knelpunten te inventariseren en voor 1 mei 2017 aan te pakken.


Tip:
Het melden kan via een speciaal online digitaal formulier.

Optimaliseer uw investeringsaftrek

Als u in 2016 voor meer dan € 2.300 investeert in bedrijfsmiddelen, heeft u recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Deze aftrek geldt voor investeringen tussen de € 2.300 en € 311.242. Komt u onder de drempel van € 2.300? Dan kan het een overweging zijn om nog voor het eind van het jaar een investering te doen. Dreigt u het maximum van € 311.242 te overschrijden, dan kan lijkt het raadzaam uw investeringen uit te stellen naar 2017.

Tip: Het kan ook lonen om grote investeringen te spreiden over meerdere jaren. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek neemt namelijk af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt.

Voldoet u aan alle voorwaarden? Doe in de aangifte 2016 dan een beroep op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Heeft u in het verleden ook investeringen gedaan zonder beroep op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, dan kunt u alsnog binnen vijf jaar de Belastingdienst verzoeken om toepassing van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook uitgesloten zijn bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.

Stel uw desinvestering uit tot volgend jaar

Heeft u in de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of stoot u het bedrijfsmiddel af, dan krijgt u mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor u een gedeelte van de aftrek weer terug moet betalen.

Tip:Heeft u in 2012 geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel en hiervoor investeringsaftrek genoten, dan loopt de desinvesteringstermijn af op 31 december 2016. Voor dit bedrijfsmiddel loont het de moeite om de desinvestering uit te stellen tot 2017. U voorkomt daarmee een desinvesteringsbijtelling.

Voor investeringen in 2011 en voorgaande jaren is de desinvesteringstermijn in 2016 al verlopen. Deze bedrijfsmiddelen kunt u ook in 2016 al desinvesteren zonder dat u te maken krijgt met een desinvesteringsbijtelling. Voor investeringen in 2013 en latere jaren verloopt de desinvesteringstermijn op zijn vroegst pas in 2018. 

Bedrijfsmiddel verkocht? Vorm een herinvesteringsreserve

Ga na of u dit jaar een bedrijfsmiddel verkocht heeft en daarbij boekwinst heeft behaald. U kunt dan de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet dan wel een vervangingsvoornemen hebben en houden. De herinvesteringstermijn bedraagt maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel? Dan kunt u de herinvesteringsreserve afboeken op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel.

Tip: Stelt u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan bijvoorbeeld uw bv? Dan mag u als terbeschikkingsteller ook een herinvesteringsreserve vormen.

Laat uw herinvesteringstermijn niet verlopen

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een herinvesteringsreserve die u in 2013 gevormd heeft, moet u nog vóór 31 december 2016 benutten. Doet u dat niet, dan valt de herinvesteringsreserve vrij en bent u belasting verschuldigd. Investeer daarom op tijd!

Let op!
Bij bijzondere omstandigheden en onder strikte voorwaarden kunt u de herinvesteringstermijn van drie jaar met toestemming van de Belastingdienst laten verlengen.

Beoordeel de hoogte van uw winst

Aan het eind van het jaar heeft u meer duidelijkheid over uw winstpositie. Beoordeel of uw winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht overschrijdt u net de belastingschijf in de vennootschapsbelasting van € 200.000. Hierboven bedraagt de belasting 25% in plaats van 20%. Of komt u in de inkomstenbelasting in het hoogste tarief? Het kan dan aantrekkelijk zijn om uw winst te verlagen door bijvoorbeeld een geplande investering over 2017 naar voren te halen. Houd hierbij wel rekening met de invloed die dit heeft op uw totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
 
Tip: Wijkt uw winst af, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag aan. Hiermee voorkomt u de hoge belastingrente of, bij een teruggave, voorkomt u dat uw geld renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.

Vraag uitstel van betaling aan

Kunt u uw belastingschulden (tijdelijk) niet op tijd voldoen? Vraag dan kort telefonisch uitstel van betaling aan de Belastingdienst. De Belastingdienst verleent maximaal vier maanden uitstel van betaling. De Belastingdienst verleent alleen kort telefonisch uitstel als:
- uw totale openstaande belastingschuld minder dan € 20.000 bedraagt,
- u nog geen dwangbevel heeft gekregen voor de openstaande belastingschuld,
- in de openstaande belastingschuld geen onbetaalde vergrijpboete is begrepen,
- u voor de openstaande belastingschuld niet eerder uitstel van betaling kreeg en
- er geen sprake is van een aangifteverzuim, oftewel u heeft altijd tijdig aangifte gedaan.

Let op!
Een belastingschuld waarvoor u uitstel van betaling heeft in verband met een bezwaarschrift, telt niet mee voor de grens van € 20.000.
Houd er ook rekening mee dat de Belastingdienst u wel invorderingsrente in rekening brengt.

Tip: Denkt u dat u uw openstaande belastingschulden niet binnen maximaal vier maanden kunt betalen? Vraag dan meteen schriftelijk uitstel van betaling aan voor een langere periode. De Belastingdienst verleent namelijk geen verder uitstel van betaling voor aanslagen waarvoor al eerder kort telefonisch uitstel van betaling is verleend.

Teruggaaf btw oninbare vordering vanaf 2017 eenvoudiger

U kunt btw die u al heeft afgedragen maar niet (meer) van uw debiteur kunt innen, terugvragen bij de Belastingdienst. Dit terugvragen wordt vanaf volgend jaar een stuk eenvoudiger. Zo kunt u de btw in ieder geval terugvragen één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden als de factuur op dat moment nog niet is betaald. Bovendien is een apart schriftelijk verzoek om teruggaaf niet meer nodig. U kunt het oninbare btw-bedrag gewoon in uw reguliere aangifte opnemen.

Tip: Staat al voor het jaar om is buiten twijfel vast dat er geen betaling zal worden gedaan, dan hoeft u de éénjaarstermijn niet af te wachten maar heeft u op dat moment al recht op teruggaaf btw.

Let op!
Als een oninbare vordering later alsnog (deels) wordt voldaan, moet u de teruggevraagde btw weer terugbetalen aan de Belastingdienst.

Wacht niet met verzoek teruggaaf btw nu al oninbare debiteuren

Ondanks dat het terugvragen van btw vanaf 2017 eenvoudiger wordt, kunt u niet wachten met het terugvragen van btw op debiteuren die nu al oninbaar zijn. U moet deze btw namelijk terugvragen binnen één maand na afloop van het aangiftetijdvak waarin is gebleken dat de debiteur niet zal betalen. Dien daarom dit jaar nog het vereiste aparte schriftelijke verzoek in en vraag deze btw op tijd terug.

Tip: De nieuwe termijn van één jaar gaat voor vorderingen die voor 1 januari 2017 zijn ontstaan, lopen met ingang van 1 januari 2017. Dit betekent dat voor bijvoorbeeld een vordering die opeisbaar is op 1 juli 2016 en die niet wordt betaald, de btw pas kan worden teruggevraagd op 1 januari 2018 (en dus niet op 1 juli  2017)! Dit is anders als in het voorbeeld op 1 juli 2017 vaststaat dat de vordering niet zal worden betaald. Dan kunt u wel op 1 juli 2017 de btw al terugvragen.

Stuur met uw schriftelijke verzoek de factuur en stukken waaruit de oninbaarheid van de vordering blijkt, mee. Denk daarbij bijvoorbeeld aan aanmaningen en stukken uit de administratie waaruit afboeking van de vordering blijkt. Bij een faillissement kan gedacht worden aan een brief van de curator waarin de curator meedeelt dat er geen uitdeling komt.

Houd rekening met terugbetaling btw niet betaalde crediteuren per 1 januari 2017

Op dit moment geldt nog dat u de btw die u heeft afgetrokken moet terugbetalen op het moment dat vaststaat dat u de facturen waarop deze btw betrekking had niet (geheel) zal betalen, dan wel (gedeeltelijk) terugontvangt. Deze correctie vindt in ieder geval plaats twee jaar nadat de facturen opeisbaar zijn geworden als deze op dat moment nog steeds niet zijn betaald. Deze termijn bedraagt vanaf 1 januari 2017 nog maar één jaar. Dit betekent dat de btw met betrekking tot alle facturen die tot en met 1 januari 2016 opeisbaar waren en die u op 1 januari 2017 nog niet heeft betaald, per 1 januari 2017 verschuldigd wordt en door u aan de Belastingdienst moet worden terugbetaald.

Let op!
Heeft u facturen die al langere tijd opeisbaar zijn, nog niet betaald? Houd er dan rekening mee dat u vanaf 1 januari 2017 de afgetrokken btw moet terugbetalen indien er één jaar na opeisbaarheid is verstreken.

Beoordeel levering bouwterrein in 2016 of 2017

In de btw-wetgeving staan limitatieve voorwaarden waaraan moet worden voldaan, wil er sprake zijn van een bouwterrein. Als er sprake is van een bouwterrein, is de levering van dat bouwterrein belast met btw. Door toepassing van de samenloopregeling is dan geen overdrachtsbelasting verschuldigd.

Europese rechtspraak zorgt voor een ruimere uitleg van het begrip bouwterrein. Op dit moment kan nog gekozen worden om de limitatieve voorwaarden van de wet dan wel de ruimere uitleg van de Europese rechter toe te passen. Op die manier kan de voor het specifieke geval de meest gunstige uitkomst worden gekozen. Vanaf 2017 wordt het wettelijke begrip bouwterrein echter verruimd en is de keuzeregeling niet meer mogelijk. Hierdoor zal eerder btw verschuldigd zijn over de levering van een terrein omdat deze onder de nieuwe wetgeving als bouwterrein kwalificeert.

Tip: Door het vervallen van de keuzemogelijkheid kan het in individuele gevallen aantrekkelijk zijn de levering van een bouwterrein nog in 2016 te laten plaatsvinden. 

Houd de herzieningstermijn in de gaten

Heeft u in de afgelopen tien jaar een onroerende zaak met btw aangeschaft, let er dan op dat de in aftrek gebrachte btw in het aanschafjaar en de negen opvolgende jaren wordt gecorrigeerd als die onroerende zaak meer of minder wordt gebruikt voor btw-belaste prestaties en btw-vrijgestelde prestaties. Als de verhouding van het gebruik btw-belaste versus btw-vrijgestelde prestaties is gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarvan u uitging op het moment van aanschaf, dan moet u meer of minder btw betalen. Deze herzienings-btw geeft u op in de laatste btw-aangifte van het jaar. Uw adviseur kan u hierover meer vertellen.

Let op! Ook voor roerende zaken waarop wordt afgeschreven of waarop kan worden afgeschreven geldt een herzieningstermijn. De termijn hiervoor bedraagt echter vijf jaar.

Verricht uw huurder nog voldoende btw-belaste prestaties?

Verhuurt u een onroerende zaak en heeft u met uw huurder gekozen voor btw-belaste verhuur? Let er dan op dat uw verhuurder ten minste 90% (sommige situaties 70%) btw-belaste prestaties verricht. Doet hij dat niet meer, dan mag u niet langer btw-belast verhuren aan deze huurder, maar moet u vrijgesteld verhuren. Dit heeft gevolgen voor uw inkoop-btw – bijvoorbeeld op onderhoud –, die dan niet langer aftrekbaar is. Bovendien loopt u binnen de herzieningstermijn aan tegen gedeeltelijke herziening van de btw op de aanschaf van de onroerende zaak. Uw huurder is verplicht om u binnen vier weken na afloop van het boekjaar te informeren als hij de onroerende zaak niet ten minste 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt.

Let op! Als de huurder in een jaar niet voldoet aan de voorwaarde dat hij de onroerende zaak voor ten minste 90% btw-belast gebruikt, hoeft u niet in alle gevallen de btw-belaste verhuur met terugwerkende kracht te corrigeren naar vrijgestelde verhuur. Onze adviseurs kunnen u hierover nader informeren.

Tip: Vraag uw huurder om binnen vier weken na afloop van het boekjaar schriftelijk aan u te verklaren of hij de onroerende zaak ten minste 90% zakelijk gebruikt.

Verricht uw koper nog voldoende btw-belaste prestaties?

Heeft u een onroerende zaak verkocht en met de koper geopteerd voor btw-belaste verkoop? Dan geldt het jaar van levering en het daarop volgende jaar als referentieperiode. De koper moet binnen vier weken na afloop van die referentieperiode verklaren of hij de onroerende zaak voor ten minste 90% (sommige situaties 70%) heeft gebruikt voor btw-belaste prestaties. Heeft hij de onroerende zaak voor minder dan 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt, dan wordt de levering van de onroerende zaak met terugwerkende kracht een btw-vrijgestelde levering. Dit heeft btw-gevolgen voor de verkoper en koper. Onze adviseurs kunnen u hierover meer vertellen.

Tip: Vraag de koper van de met btw geleverde onroerende zaak om binnen vier weken na de referentieperiode te verklaren of het btw-belaste gebruik ten minste 90% is.

Denk aan privégebruik auto in uw laatste btw-aangifte

Voor auto’s van de zaak die ook privé gebruikt worden moet in de laatste btw-aangifte van het jaar btw over het privégebruik betaald worden. Daar staat tegenover dat u door het jaar heen de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik van een zakelijke auto kunt aftrekken, voor zover de auto wordt gebruikt voor belaste omzet.

Voor het btw privégebruik kunt u gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip: Voor de auto die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot uw bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u voor de berekening van het privégebruik eveneens uitgaan van 1,5%.

Let op! U hoeft geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. U mag namelijk ook btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. U moet dan wel een kilometeradministratie bijhouden.
 

Terug naar boven

===========================================================

4. Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting

===========================================================

Profiteer alleen in 2016 nog van zakelijk gebruik huurwoning

Heeft u in 2016 een nieuwe huurwoning betrokken en gebruikt u deze voor meer dan 10% zakelijk? Of bent u in 2016 uw onderneming gestart, huurt u een huurwoning en gebruikt u deze voor meer dan 10% zakelijk? Dan zijn er mogelijkheden om de huur in aftrek te brengen op uw winst, ook als u niet beschikt over een zelfstandige werkruimte. U moet dan wel een correctie aanbrengen ter grootte van het eigenwoningforfait voor ondernemerswoningen.

Of en hoe u in uw situatie van deze mogelijkheid gebruik kunt maken, is afhankelijk van de situatie en uw persoonlijke omstandigheden. Overleg daarover met onze adviseurs.

Tip: Is de huur aangevangen voor 2016 of bent u uw onderneming voor 2016 gestart, dan kunt u alleen nog een beroep doen op deze mogelijkheid als de aanslagen inkomstenbelasting over het jaar van aanvang huur of start onderneming nog niet onherroepelijk vaststaan.

Let op!
De Staatssecretaris heeft onlangs aangekondigd de wet te wijzigen. Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen, zal het daarom met ingang van 1 januari 2017 niet meer mogelijk zijn om deze aftrekpost toe te passen. 

Vanaf 2017 meer aftrek algemene kosten

De Staatssecretaris heeft aangekondigd het aftrekpercentage van bepaalde gemengde kosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters met ingang van 2017 te verhogen. Dit betekent dat deze kosten vanaf 2017 waarschijnlijk voor een hoger percentage aftrekbaar zijn.

Met zijn aankondiging doelt de Staatssecretaris waarschijnlijk op de volgende in aftrek beperkt kosten en lasten die verband houden met:
-
Voedsel, drank en genotmiddelen,
- Representatie, waaronder recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak, en
- Congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke.

Al jarenlang is in de wet bepaald dat deze kosten tot een bedrag van € 4.500 niet in aftrek komen op de winst. Naar keuze kan de belastingplichtige ook kiezen om in plaats van een niet aftrekbaar bedrag van € 4.500, 26,5% van de genoemde kosten niet in aftrek te brengen. 73,5% van deze kosten is dan wel aftrekbaar.

Met de wetswijziging wil de Staatssecretaris waarschijnlijk het aftrekpercentage van 73,5% verhogen. Hoeveel de verhoging is en of ook het bedrag van € 4.500 mogelijk verlaagd wordt, is nog niet bekend.

Let op!
De hiervoor beschreven aftrekbeperking geldt voor IB-ondernemers en resultaatgenieters. In de vennootschapsbelasting geldt de aftrekbeperking echter ook als er werknemers in dienst zijn. Het bedrag van € 4.500 wordt in dat geval vervangen door 0,4% van het totale belastbare loon van de werknemers als dit tot een hogere uitkomst leidt.

Profiteer van de ondernemersfaciliteiten

Om te kunnen profiteren van een aantal aantrekkelijke ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de meewerkaftrek, zult u moeten voldoen aan het urencriterium. U moet dan in een jaar minimaal 1.225 uren werken aan, in en voor uw onderneming. Bent u niet alleen ondernemer maar bijvoorbeeld ook werknemer, dan zit er een addertje onder het gras. U moet namelijk meer dan de helft van uw totale werktijd aan uw bedrijf besteden. Vergeet dus niet uw uren te administreren zodat u bij vragen of controle van de Belastingdienst kan aantonen dat u aan het urencriterium voldoet.

Let op!
Voor de MKB-winstvrijstelling hoeft u niet te voldoen aan het urencriterium. Deze vrijstelling vermindert uw belastbare winst uit onderneming na ondernemersaftrekken (zoals bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek) met 14%. Bij een verlies verkleint de mkb-winstvrijstelling dit verlies. De vrijstelling is in dat geval dus nadelig.
 

Terug naar boven

===========================================================

5. Tips voor de bv en de dga

===========================================================

Stop opbouw pensioen in eigen beheer vanaf 2017

Een dga kan net als een gewone werknemer pensioen opbouwen. Een gewone werknemer moet dat doen bij een professioneel pensioenfonds of verzekeraar. Een dga kan dat echter ook in eigen beheer (bij zijn eigen bv). Als de Tweede en Eerste Kamer straks instemmen met de plannen, is het vanaf 2017 echter niet meer mogelijk om als dga fiscaal vriendelijk pensioen in eigen beheer op te bouwen.

Bouwt u nu nog pensioen in eigen beheer op, zorg dan dat u in 2017 niet voor een onaangename fiscale verrassing komt te staan en onderneem dit jaar nog de volgende acties:

- Laat de ava (algemene vergadering van aandeelhouders) een besluit nemen tot het stoppen van de opbouw van het pensioen in eigen beheer en legt dit tijdig in notulen vast, en;
- Leg in een overeenkomst met uw bv het stopzetten van de opbouw van het eigenbeheerpensioen vast;
- Heeft u verzekeringen voor het partnerpensioen afgesloten of is een risicodekking ter afdekking van het overlijdensrisico door de bv afgesloten, pas deze dan aan.

Let op!
Wordt de opbouw van het pensioen in eigen beheer niet stopgezet, dan loopt de opbouw door en is de aanspraak vanaf 1 januari 2017 belast. Zorg daarom dat de opbouw op tijd wordt stopgezet!

Win advies in over uw mogelijkheden met uw pensioen in eigen beheer

Naast het stopzetten van het fiscaal vriendelijk opbouwen van pensioen in eigen beheer, biedt de wetgeving vanaf 2017 drie mogelijkheden voor reeds opgebouwd pensioen in eigen beheer:
- Fiscaal geruisloos afstempelen naar fiscale waarde gevolgd door afkoop met een korting en zonder revisierente;
-
Fiscaal geruisloos afstempelen naar fiscale waarde gevolgd door omzetting in een oudedagsverplichting (OV);
- Het bevriezen van het bestaande pensioen in eigen beheer.

Afkopen kan in 2017, 2018 en 2019. De korting wordt echter elk jaar lager: van 34,5% in 2017, naar 25% in 2018, tot 19,5% in 2019. De korting wordt toegepast op de fiscale waarde per 31 december 2015. Koopt u af in 2017, dan bent u derhalve loonheffing verschuldigd over 65,5% van de fiscale balanswaarde per 31 december 2015. Het verschil tussen de fiscale waarde per afkoopdatum en per 31 december 2015 wordt voor 100% belast. Het jaar van afkoop is niet van invloed op de revisierente: zowel bij afkoop in 2017, als 2018, als 2019 bent u geen revisierente verschuldigd.

Ook omzetten in een oudedagsverplichting kan in de jaren 2017, 2018 en 2019. Zet u om in een oudedagsverplichting en wilt u alsnog afkopen? Dan is dit in de jaren tot en met 2019 nog mogelijk met de korting en zonder revisierente.

Tip: Welke keuze u moet maken is niet eenvoudig te bepalen. Ook is niet elke keuze altijd mogelijk, bijvoorbeeld omdat liquide middelen voor afrekening met de Belastingdienst ontbreken of omdat de instemming van een ex-partner nodig is. Overleg met onze adviseurs over uw mogelijkheden en de voor- en nadelen van de mogelijke keuzes in uw persoonlijke situatie.

Treed in overleg met uw (ex)partner over uw pensioen in eigen beheer

 

Terug

Tips

Huwelijk buiten gemeenschap van goederen?

Heeft u uw jaarlijkse verrekening al uitgevoerd?

Nederlands Engels