Inkomensafhankelijke combinatiekorting

Een belastingplichtige heeft recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting in de inkomstenbelasting, indien:

  • hij een arbeidsinkomen heeft van meer dan € 4.881, of hij komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek (ondernemer);

  • in het kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden een kind heeft dat op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven en dit kind bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt; en

  • hij geen partner heeft, of indien hij wel een partner heeft, hij in het kalenderjaar een lager arbeidsinkomen heeft dan zijn partner.

In de praktijk worden de kinderen vaak bij één van de ouders ingeschreven. Deze heeft dan het recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Voorheen had de andere ouder dit recht niet. Hij voldeed tenslotte niet aan alle voorwaarden voor de heffingskorting.

Zowel de rechtbank als de Hoge Raad hebben nu een uitspraak gedaan, waaruit blijkt dat indien de zorg over het kind/ de kinderen middels co-ouderschap is verdeeld in week op/ week af, beide ouders aanspraak kunnen maken op evenredige inkomensafhankelijke combinatiekorting. Door de wekelijkse wisseling is geoordeeld dat het kind/de kinderen tot het huishouden van beide ouders behoort.

De inkomensafhankelijke combinatiekorting bedraagt in 2016 maximaal € 2.769.


Gepubliceerd: 30 juni 2016

Terug

Tips

Huwelijk buiten gemeenschap van goederen?

Heeft u uw jaarlijkse verrekening al uitgevoerd?

Nederlands Engels