Nieuwsbrief juli 2015

Wet flexibel werken een feit

Werknemers kunnen in de toekomst een verzoek doen bij hun werkgever om de arbeidstijden en de arbeidsplaats aan te passen. De Eerste Kamer heeft op 14 april 2015 namelijk ingestemd met de Wet flexibel werken. Deze wet gaat de Wet aanpassing arbeidsduur opvolgen.

Flexibel werken

Met de Wet flexibel werken wordt tijd- en plaatsonafhankelijk werken mogelijk. Werknemers konden al een verzoek indienen bij hun werkgever voor het aanpassen van het aantal uren. Omdat de Wet flexibel werken is aangenomen wordt nu wettelijk geregeld dat werknemers ook bij hun werkgever een verzoek kunnen doen om de arbeidstijden en de arbeidsplaats aan te passen. Werknemers krijgen dus meer mogelijkheden om te telewerken en op een voor hen gunstige tijd te werken.

Verzoek

De werknemer kan een verzoek indienen tot aanpassing van de arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd een halfjaar na aanvang van het dienstverband. Na afwijzing of inwilliging van het verzoek moet de werknemer één jaar wachten voordat hij een nieuw verzoek mag doen.

De werkgever moet in principe een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur en de werktijd inwilligen, tenzij sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Een verzoek om aanpassing van de werkplek, moet de werkgever overwegen. Hij heeft de vrijheid om het verzoek af te wijzen, maar de werkgever moet dit dan wel overleggen met zijn werknemer.

Inwerkingtreding

De Wet flexibel werken is alleen van toepassing op werkgevers die meer dan tien werknemers in dienst hebben. De Wet moet nog in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

 

Belastingdienst controleert intensief op btw-afdracht

Sinds 2013 controleert de Belastingdienst intensiever op te weinig afgedragen btw. Dat blijkt uit een nieuwsbericht van het Ministerie van Financiën over de aanpak van btw-fraude. Tot en met mei 2015 heeft de fiscus bij ruim honderdduizend ondernemers aanslagen opgelegd voor circa € 210 miljoen aan achterstallige btw.

Btw-balanspost

Het gebeurt regelmatig dat ondernemers na afloop van het boekjaar ontdekken dat er fouten zijn gemaakt in de btw-aangifte. Een verkeerd btw-tarief is bijvoorbeeld toegepast of een verkeerde boeking in de administratie. Bij het opmaken van de jaarstukken ontstaat dan een zogenoemde btw-balanspost. Dit kan een btw-schuld zijn, maar ook een recht op btw-teruggaaf.

Achterstallige btw

Ondernemers zijn verplicht hun achterstallige btw zelf aan te geven en af te dragen aan de Belastingdienst. Teveel betaalde btw kan worden teruggevraagd. Indien deze achterstallige btw niet (tijdig) wordt aangegeven, kan de belastingdienst boetes opleggen tot maximaal € 5.278 per (boek)jaar. Daarnaast is er heffingsrente verschuldigd.

Met ingang van 1 januari 2014 kan het opzettelijk niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van omzetbelasting strafrechtelijk worden bestraft. De straf bedraagt maximaal een gevangenisstraf van 6 jaar of een boete van € 81.000 dan wel het bedrag van de te weinig betaalde belasting.

 

VAR verdwijnt per 1 januari 2016

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) verdwijnt per 1 januari 2016. Dat meldt de Belastingdienst in een nieuwsbericht naar aanleiding van het afgelopen maandag door Staatssecretaris Wiebes (Financiën) gepresenteerde alternatief voor de 'Beschikking geen loonheffingen' en de VAR.

Voorbeeldovereenkomsten

In het nieuwsbericht vat de Belastingdienst in het kort het gepresenteerde alternatief samen. Er komen voorbeeldovereenkomsten per sector: opdrachtnemers die werken volgens zo'n overeenkomst, zijn niet in dienst van de opdrachtgever. De opdrachtgever hoeft voor hen dus geen loonheffingen in te houden en te betalen, zolang de opdrachtnemers werken conform de overeenkomst.

Ook individuele overeenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen straks worden beoordeeld door de Belastingdienst. De Belastingdienst geeft vervolgens uitsluitsel of de opdrachtgever loonheffingen moet inhouden en betalen. Uiteraard moet de opdrachtnemer volgens de overeenkomst werken.

VAR tot 1 januari 2016

Tot slot geeft de Belastingdienst in het nieuwsbericht aan dat de VAR gaat verdwijnen per 1 januari 2016. Het alternatief voor de 'Beschikking geen loonheffingen' wordt eerst voorgelegd aan respectievelijk de Tweede en de Eerste Kamer. Invoering van het alternatief is naar verwachting 1 januari 2016 en tot die tijd blijft de VAR gelden. Binnenkort volgt meer informatie op de internetsite van de Belastingdienst.  

 

Feest na studiedag toch niet onbelast!

In onze vorige nieuwsbrief hebben wij aangegeven dat bedrijfsuitjes mogelijk onbelast waren. De Belastingdienst heeft echter opnieuw antwoorden gepubliceerd op vragen die zijn gesteld tijdens het op 3 februari 2015 gehouden webinar over de werkkostenregeling. Hieruit blijkt dat het antwoord op de vraag over het feest na een studiedag afwijkt van het antwoord dat is gegeven op het webinar. De Belastingdienst biedt excuses voor de verwarring.

Feest na externe studiedag

Op de vraag of een werkgever onbelast na een externe studiedag van 9.00 tot 17.00 uur aansluitend een groot feest kan geven met een lopend buffet en een optreden van een beroemd artiest, luidt het antwoord van de Belastingdienst als volgt:

"Als u de activiteit extern houdt, is de invulling van het programma doorslaggevend bij de beoordeling van het karakter en of u dit onbelast kunt doen. Studiedagen zijn gericht vrijgesteld. De lunch en de reiskosten maken daarvan deel uit en kunt u daarom ook onbelast verstrekken. Het feest is zonder meer een aparte activiteit en heeft vooral een consumptief karakter. De kosten van dit feest zijn loon voor uw werknemers. U kunt dit loon als eindheffingsloon aanwijzen. Het gaat hierbij om de kosten voor het lopende buffet, het optreden van de artiest en eventuele andere consumpties."

Dit antwoord wijkt af van het antwoord dat werd gegeven op het webinar. Toen gaf de Belastingdienst nog aan dat als een personeelsfeest direct na afloop van een studiedag wordt gehouden dit feest dan plaatsvindt in het kader van de dienstbetrekking. Hierop is de gerichte vrijstelling voor reis-en verblijfkosten van toepassing. Alleen het optreden van een artiest op de feestavond is overwegend consumptief. Zoals blijkt uit het bovenstaande heeft de Belastingdienst het tijdens het webinar gegeven antwoord nu bijgesteld.

De andere antwoorden op de vragen die gesteld zijn tijdens het webinar leiden niet tot een aanpassing. 

 

AOW leeftijd versneld omhoog

De Eerste Kamer stemde 2 juni in met het wetsvoorstel om de AOW-leeftijd versneld te verhogen. Hierdoor gaat de AOW-leeftijd vanaf 2016 stapsgewijs naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021.

Verhoging AOW-leeftijd

De versnelde verhoging van de AOW-leeftijd was al aangekondigd in het regeerakkoord. Nu de Eerste Kamer het voorstel heeft goedgekeurd gaan de nieuwe regels in per 1 juli 2015. Dat betekent dat de AOW-leeftijd vanaf 2016 in stappen van drie maanden wordt verhoogd en vanaf 2018 in stappen van vier maanden. Hierdoor gaat de AOW-leeftijd in 2018 naar 66 jaar en in 2021 naar 67 jaar. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Wanneer iemand de AOW gerechtigde leeftijd nu precies bereikt valt te zien in een eerder gepubliceerde 'Vraag en Antwoord' van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hierin zijn twee tabellen opgenomen: een tabel over de eerder afgesproken verhoging van de AOW-leeftijd en een tabel over de nu goedgekeurde versnelde verhoging van de AOW-leeftijd. 

 

Einde laag btw-tarief bij renovatie en herstel woningen

Per 1 juli 2015 is definitief het lage btw-tarief op arbeidskosten bij renovatie en herstel van bestaande woningen (ouder dan twee jaar) vervallen. Dat meldt het Ministerie van Financiën in een nieuwsbericht. Het lage btw-tarief blijft wel van toepassing voor het schilderen, stukadoren en isoleren van de woning.

Tijdelijk verlaagd tarief

Het tijdelijk lage btw-tarief op arbeidskosten bij renovatie en herstel van bestaande woningen gold vanaf 1 maart 2013 tot 1 juli 2015 en was bedoeld om de bouw- en woningmarkt te ondersteunen en de bouwsector een impuls te geven. Om nog gebruik te kunnen maken van het lage btw-tarief moesten de werkzaamheden vóór 1 juli 2015 zijn afgerond.

Voor werkzaamheden die na 30 juni 2015 worden afgerond, geldt het btw-tarief van 21%. Het tarief van 21% geldt ook als vóór 1 juli 2015 vooruitbetalingen zijn gedaan voor werkzaamheden die na 30 juni 2015 worden afgerond. Hopelijk heeft u de werkzaamheden op tijd afgerond.

Schilderen en stukadoren

Op het schilderen en stukadoren van woningen ouder dan twee jaar en het aanbrengen van isolatiematerialen aan deze woningen, blijft - ook na 30 juni 2015 - het lage btw-tarief van 6% van toepassing. Dit zijn geen tijdelijke verlaagde tarieven.

 

Overigen


Crisisheffing

Diverse Rechtbanken en een enkel Hof hebben de afgelopen maanden uitspraak gedaan inzake de crisisheffing (zie onze nieuwsbrief van maart 2015). Volgens deze uitspraken is de crisisheffing niet in strijd met het internationaal recht. Tegen de uitspraak van het Hof is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Voor de behandeling bij de Hoge Raad adviseert de Advocaat-Generaal de Hoge Raad over de casus. Vaak, maar niet altijd, volgt de Hoge Raad het advies van de Advocaat-Generaal.

Advocaat-Generaal Wattel is in deze casus van mening dat de terugwerkende kracht van de crisisheffing wel in strijd is met EVRM. Het wachten is nu op het oordeel van de Hoge Raad.


Belastingplannen 2016

Het kan u niet ontgaan zijn. Men is in Den Haag bezig met het herzien van het belastingstelsel. De eerste contouren hiervan worden duidelijk in de brief die de Staatssecretaris op 19 juni 2015 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het is nog maar de vraag of en in hoeverre deze plannen door de Tweede en (niet onbelangrijk) door de Eerste Kamer komen. Zodra er meer duidelijkheid en zekerheid is, zullen wij hier uitgebreid in een komende nieuwsbrief aandacht aan besteden.


Mogelijke wijziging van partneralimentatie

De huidige wettelijke regels voor partneralimentatie moeten wijzigen. Dit staat in het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamer. Het voorstel behandelt onder andere de duur en de berekeningsmethode van de alimentatie alsmede de mogelijkheid voor partners om bij huwelijkse voorwaarden afspraken te maken over partneralimentatie. Het wetsvoorstel zal naar verwachting dit najaar worden behandeld.


Veranderingen Wet werk en zekerheid

Door de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) verandert er veel in het arbeidsrecht.

Sinds 1 januari 2015 wordt de Wwz in delen ingevoerd. De eerste wijzigingen hebben betrekking op arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, oproepcontracten en uitzendcontracten.

De volgende wijzigingen hebben op 1 juli 2015 plaatsgevonden. Deze wijzigingen zijn als volgt:

  • Medewerkers krijgen eerder een vast dienstverband. Na 3 contracten van een bepaalde tijd of na twee jaar (was 3 jaar) zal er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. De keten kan alleen worden doorbroken door een tussenpoos van 6 maanden (was voorheen 3 maanden). Dit heet de ketenbepaling of ketenregeling.
  • De meeste veranderingen gaan over het Ontslagrecht. Zo gaat het UWV een belangrijker rol spelen bij ontslag om bedrijfseconomische redenen en loopt ontslag om persoonlijke redenen altijd via de kantonrechter. Verder verdwijnt de ontslagvergoeding. Daar komt de zogenaamde transitievergoeding voor in de plaats.
  • Heeft u jongeren onder de 18 jaar in dienst en werken die maximaal 12 uur per week? Dan gelden de ketenbepaling en de transitievergoeding niet.

Op 1 januari 2016 vinden opnieuw veranderingen plaats. Deze hebben invloed op het verlengen van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, het ontslagrecht en de Werkloosheidswet (WW).


Stijging minimumloon en uitkeringsbedragen

Per 1 juli 2015 zijn de AOW, Anw, WW, WIA, WAO, ZW, TW, Wajong, Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per die datum. Dit komt doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt van € 1.501,80 naar € 1.507,80 bruto per maand.


Zwitserland publiceert namen Nederlandse belastingontduikers

Op de website van de Zwitserse belastingdienst zijn de gegevens van Europese belastingontduikers bekendgemaakt. Onder de belastingontduikers bevinden zich ook Nederlanders.


Pensioenbrief

De Staatssecretaris van Financiën op 1 juli 2015 heeft voor de derde keer een brief aan de Tweede Kamer gezonden met hierin twee mogelijke oplossingsrichtingen op het gebied van pensioen in eigen beheer.

Het gaat om:

  • De oudedagsbestemmingsreserve (OBR) - een fiscale reserve in eigen beheer.
  • Het oudedagssparen - een variant op een beschikbare premieregeling met een vast oprentingspercentage.

De staatsecretaris benoemd twee belangrijke uitgangspunten in de oplossingsrichtingen:

  1. De aanpassing van de regeling is alleen zinvol als de wet- en regelgeving en de uitvoering daarvan structureel eenvoudiger en begrijpelijker worden.
  2. De, door de DGA ingelegde, middelen moeten beschikbaar kunnen blijven voor de eigen onderneming.

Voor bestaande pensioenaanspraken wordt een overgangsregeling voorgesteld. De pensioenverplichting kan worden omgezet in één van de hiervoor genoemde oplossingen. Ook kan gekozen worden om opgebouwde rechten niet om te zetten, maar om premievrij te maken. De staatssecretaris heeft het streven om de benodigde wetgeving per 1 januari 2016 in werking te laten treden. Zodra er meer informatie beschikbaar is, zullen wij u hierover informeren.

Terug

Tips

Huwelijk buiten gemeenschap van goederen?

Heeft u uw jaarlijkse verrekening al uitgevoerd?

Nederlands Engels