Nieuwsbrief maart 2015

Werkkostenregeling

Belastingdienst geeft bepaalde thema’s extra aandacht

De Belastingdienst heeft recent de controlethema’s voor uw aangifte over 2014 gepubliceerd. Het betreft de onderwerpen die bij de controle van uw aangifte inkomstenbelasting meer aandacht krijgen van de fiscus. Zo zal onder andere de post ‘levensonderhoud van kinderen onder de 21 jaar’ extra aandacht krijgen bij de controle van de aangifte.

De Belastingdienst maakt elk jaar een lijst met de controle- en servicethema’s voor dat jaar. Deze thema’s krijgen bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting extra aandacht. Dit jaar zal de Belastingdienst in de aangifte inkomstenbelasting 2014 de volgende onderwerpen extra controleren:

  • aftrek van specifieke zorgkosten zoals dieetkosten, gezinshulp en medicijnen;
  • aftrek onderhoudskosten voor een Rijksmonumentenpand;
  • levensonderhoud van kinderen onder de 21 jaar (al dan niet bij echtscheiding);
  • buitenlandse pensioenen uit België en Duitsland;
  • buitenlands vermogen;
  • meerdere jaren een negatief bedrag bij ‘inkomsten uit overig werk’.

De bovenstaande onderwerpen komen in grote lijnen overeen met de controlethema’s van die van de aangifte over 2013. In de inkomstenbelasting zal de fiscus bij ondernemers ook extra gaan letten op de zakelijkheid van de kosten. Verder houdt de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting in de gaten bij BTW-ondernemers.

 

Vóór mei 2015 meer duidelijkheid over pensioen in eigen beheer

In ieder geval voor het meireces komt de Staatssecretaris van Financiën met een nadere uitwerking van mogelijke oplossingsrichtingen voor de problematiek omtrent het pensioen in eigen beheer.

(Brief Staatssecretaris van Financiën, 5 december 2014, nr. DB2014-503) 

Het heeft zijn voorkeur om zich dan uit te spreken over één variant. Hierover kan vervolgens met de Tweede Kamer gedebatteerd worden. Dit heeft de Staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. De brief is het vervolg op eerdere brieven van de Staatssecretaris over pensioen in eigen beheer, ontklemming fiscale oudedagsreserves en stakingslijfrenten en verruiming kleine afkoopregeling lijfrenten.  

 

Crisisheffing volgens rechtbank niet in strijd met Europees recht

Rechtbank Den Haag acht de crisisheffing van art. 32bd Wet LB 1964 niet in strijd met Europees recht. 

Belanghebbende, X bv, is het niet eens met de afdracht van de zogeheten pseudo-eindheffing hoog loon die zij in maart 2013 heeft afgedragen voor één van haar werknemers.

Rechtbank Den Haag acht de crisisheffing van art. 32bd Wet LB 1964 niet in strijd met het Europees recht. Bij deze pseudo-eindheffing hoog loon is volgens de rechtbank geen sprake van een ontoelaatbare aantasting van het eigendomsrecht zoals geformuleerd in art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. De keuze voor de invoering van de crisisheffing is bij uitstek een keuze die ligt op het terrein van de wetgever. Hoewel aspecten van terugwerkende kracht in de regeling zijn te onderkennen, is de wetgever gebleven binnen de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid. Evenmin is sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel van art. 26 van het IVBPR en art. 14 EVRM. De wetgever heeft uitdrukkelijk gekozen voor een heffing bij de inhoudingsplichtige ter zake van het in 2013 door werknemers genoten loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Zo kunnen werkgevers enerzijds en ondernemers en resultaatgenieters met een inkomen van meer dan € 150.000 en vennootschappen met een winst van meer dan € 150.000 anderzijds al worden aangemerkt als gelijke gevallen. Hierdoor kan niet worden gezegd dat de keuze voor een werkgeversheffing evident van redelijke grond is ontbloot. Het beroep van X bv is ongegrond.

 

Belastingdienst wil aftrekbeperking BTW voor houdstermaatschappijen

De Belastingdienst richt zich de afgelopen tijd steeds actiever op houdstermaatschappijen (holdings) waarvan uit registers, onder andere de Kamer van Koophandel, blijkt dat deze ‘houdsteractiviteiten’ verrichten, om na te gaan of deze holdings te veel btw aftrekken of hebben afgetrokken. In bepaalde gevallen vormt het houden van aandelen namelijk geen ondernemersactiviteit en is de daaraan toerekenbare btw niet aftrekbaar.

De Belastingdienst benadert momenteel holdings die een (gedeeltelijk) recht op aftrek hebben met de mededeling dat zij moeten nagaan of een aftrekbeperking in verband met het houden van aandelen aan de orde is. Indien een holding naast het houden van aandelen met btw belaste ondernemersactiviteiten verricht, kan er sprake zijn van algemene kosten die op beide activiteiten betrekking hebben. Volgens het Europese Hof is de btw op deze algemene kosten daardoor niet volledig aftrekbaar is. Voor de berekening van het niet-aftrekbare deel van deze btw dient vervolgens te worden bepaald welk deel van deze algemene kosten werkelijk toe te rekenen is aan elk van deze twee activiteiten.

 

Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil)

Als ondernemer (voor de IB/VPB) kunt u, wanneer u investeringen doet die op de ‘Milieulijst’ staan (bijv. een elektrische auto), gebruik maken van enkele gunstige faciliteiten zoals de MIA en/of de Vamil om de belastingdruk verlagen.

Om te controleren of uw voorgenomen investering in aanmerking komt voor de MIA en/of de VamilKijk, kunt u hier de Milieulijst 2015 raadplegen.

Let op: de faciliteiten dienen binnen drie maanden nadat u de verplichting bent aangegaan digitaal aangevraagd te worden.

  

Toch informatieplicht voor voormalige ANBI’s

Voormalig Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) zijn verplicht schenkings- en vermogensgegevens aan de Belastingdienst door te geven. Voor het boekjaar 2013 is de deadline 1 mei 2015. De gegevens over 2014 moeten voor 1 september 2015 binnen zijn.

ANBI’s die op of na 1 januari 2013 hun ANBI-status verloren en op dat moment meer dan € 25.000 bezaten, moeten de Belastingdienst jaarlijks informeren over:

  • het verloop van het ANBI-vermogen vanaf het moment dat de ANBI-status eindigde;
  • het bedrag dat de instelling uitgaf aan ANBI-doelstellingen;
  • de bedragen en de ontvangers van schenkingen.

Het opgaafformulier voor deze gegevens over het boekjaar 2013 kunt u downloaden op www.belastingdienst.nl/anbi. Voormalige ANBI’s die niet in Nederland gevestigd zijn, hoeven het formulier niet in te vullen.

 

Werkkostenregeling

Kosten uit 2014 kunnen in vrije ruimte van 2015

Indien uw onderneming in 2015 een declaratie binnen krijgt van kosten die een werknemer in 2014 heeft gemaakt, dan kunt u deze gewoon in de vrije ruimte van 2015 onderbrengen. Voor de loonbelasting – en dus ook de werkkostenregeling – geldt namelijk het zogenoemde kasstelsel.

Het kasstelsel houdt in dat kosten worden beoordeeld aan de hand van de wetgeving die van toepassing is op het moment dat de kosten vorderbaar en inbaar zijn. Bij een declaratie is dat pas op het moment van declareren en niet op het moment waarop de kosten door de werknemer zijn gemaakt.

 

Geschenk met ideële waarde valt onder loon

In de werkkostenregeling zijn er geen aparte regels opgenomen voor geschenken met een ideële waarde. De waarde van deze geschenken moet u in principe tot het loon van de werknemer rekenen of ten laste brengen van de vrije ruimte in de werkkostenregeling.

In het oude regime voor vergoedingen en verstrekkingen werden geschenken die u aan werknemers gaf, niet als loon behandeld indien het geschenk vooral een ideële waarde had. Hierbij kunt u denken aan een cadeau bij het dienstjubileum of het vertrek van een werknemer, of een kleinigheidje voor Pasen of een andere feestdag. De gevoelswaarde van het geschenk moest wel zwaarder wegen dan de geldwaarde of gebruikswaarde.

De werkkostenregeling kent echter geen aparte regeling voor geschenken met een ideële waarde. Door de invoering van de werkkostenregeling kunnen zulke geschenken in principe alleen onbelast blijven voor de werknemer door ze als eindheffingsloon ten laste van de vrije ruimte te brengen.

  

Bedrijfsuitjes toch onbelast?

Bij bedrijfsfeesten of -uitjes hoeven in de toekomst waarschijnlijk minder kosten ten laste van de vrije ruimte te komen. Onder de werkkostenregeling kunnen de kosten voor consumpties tijdens zo’n evenement nu alleen onbelast blijven als ze op de werkplek worden genuttigd.  

Voor de fiscale behandeling van consumpties tijdens een bedrijfsfeest of -uitje maakt het onder de werkkostenregeling uit of het feestje plaatsvindt op de werkplek of buiten de deur. Voor hapjes en drankjes op de werkplek geldt namelijk een nihilwaardering, waardoor ze niet ten laste van de vrije ruimte komen. Als de werknemers tijdens een personeelsuitje op kosten van de baas eten en drinken buiten de werkplek, moeten de kosten hiervoor echter wel ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. 

Vanuit de praktijk verschijnen er nu berichten over een verruimd standpunt van de Belastingdienst. Als een personeelsfeest of -uitje in het kader van de dienstbetrekking plaatsvindt, dan is de gerichte vrijstelling voor reis- en tijdelijke verblijfskosten van kracht. Dat betekent dat totale reis- en verblijfkosten - inclusief een eventuele overnachting - niet in de vrije ruimte hoeven te worden ondergebracht. Ook de hapjes en drankjes en maaltijden tijdens zo'n evenement hoeft u niet ten laste van de vrije ruimte van 1,2% van de fiscale loonsom van uw onderneming te brengen.

Alleen “vermaak” (een artiest, het theater, etc.) gedurende het daarop volgende feest zou in de vrije ruimte moeten worden ondergebracht. Bij een dergelijk vermaak staat het amusement centraal.

 

Voor meer informatie en vragen over de voorgaande onderwerpen kunt u contact opnemen met uw vaste contactpersoon.

Terug

Tips

Huwelijk buiten gemeenschap van goederen?

Heeft u uw jaarlijkse verrekening al uitgevoerd?

Nederlands Engels