Nieuwsbrief december 2014

Met deze nieuwsbrief geven we u een aantal fiscale eindejaarstips en vragen we uw aandacht voor een beperkte keuze uit de vele voorgestelde wijzigingen per 1 januari 2015 in diverse regelingen. Een volledig overzicht van alle voorgestelde wijzigingen gaat het bestek van deze nieuwsbrief te buiten. Moet u nu actie ondernemen of is het voordeliger te wachten tot na 1 januari?
Indien u meer informatie wilt, of een advies op maat, kunt u uiteraard contact opnemen met ons. Wij staan u graag met raad en daad bij.

 
Fiscale tips 2014: actie ondernemen voor 1 januari 2015


Laatste kans in 2014 om dividend uit te keren tegen tarief van 22%

In 2014 is het aanmerkelijk belangtarief (box 2) tijdelijk verlaagd van 25% naar 22% voor de eerste € 250.000 (fiscale partners € 500.000). Door een dividenduitkering of verkoop van uw aandelen nog in 2014 te verrichten, bespaart u dus maximaal € 7.500 netto (3% over maximaal
€ 250.000). Voor fiscale partners geldt het dubbele bedrag. Daarbij moet er wel aan worden gedacht dat dit vanaf de aangifte 2015 leidt tot een hogere belasting over box 3. Het netto dividend zal immers in box 3 worden belast, tenzij dit vóór 1 januari 2015 wordt besteed aan een bezitting die niet in box 3 is belast. Bespaar op belastingheffing in box 3 door bijvoorbeeld uw vermogen te beleggen in groene beleggingen, kunst en antiek of andere roerende zaken die niet hoofdzakelijk ter belegging worden aangehouden (bijvoorbeeld auto’s).

Let er wel op dat er voldoende ruimte is om dividend uit te keren (de zogenaamde uitkeringstest). Vooral bij BV’s met een pensioenvoorziening in eigen beheer of met een beperkt/negatief vermogen is een gedegen onderbouwing noodzakelijk om latere aansprakelijkheid voor het bestuur/aandeelhouder(s) te voorkomen. Voor nadere informatie verzoeken wij u contact op te nemen met uw relatiebeheerder bij Wolfsbergen Van Haarlem.

Keer uw loonstamrecht uit in 2014 (maar wel weloverwogen)

Heeft u in het verleden een ontslagvergoeding ontvangen in de vorm van een stamrecht? U kunt dat stamrecht in 2014 fiscaal voordelig afkopen. Als u het gehele stamrecht in een keer uitkeert, is slechts 80% van de afkoopsom belast. Bovendien hoeft u geen 20% revisierente over de afkoopsom te betalen. Heeft u uw loonstamrecht in uw eigen bv ondergebracht (Stamrecht bv)? Dan geldt deze regeling ook voor u. Er zijn voorwaarden voor de waardering van de afkoopsom. Laat u daarover informeren.
 
Het is in 2014 ook mogelijk geworden om het loonstamrecht niet ineens af te kopen, maar in enkele termijnen vervroegd uit te keren. Dan betaalt u geen revisierente, maar de gunstige 80%-regeling in 2014 is niet van toepassing op een afkoop in delen.
 
Betaal uw lijfrentepremie op tijd

Premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening of beleggingsrecht zijn in 2014 aftrekbaar als u in het voorafgaande jaar en/of de voorafgaande zeven jaren niet voldoende pensioen heeft opgebouwd. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaarruimte of reserveringsruimte. Verder geldt dat lijfrentepremies in 2014 alleen aftrekbaar zijn als u ze ook in 2014 betaalt! Doet u dit niet, dan kunt u de lijfrentepremie niet in uw aangifte 2014 in aftrek brengen.
 
Een extra reden om nog dit jaar de maximale aftrek voor premies van (bruto) lijfrenten te benutten, is dat deze per 2015 wordt beperkt. Vanaf dat moment geldt namelijk voor lijfrentes een grens van € 100.000 als maximum inkomen en daarnaast is nog maar 13,8% van de premiegrondslag aftrekbaar (in plaats van 15,5% in 2014).


Geef uw (klein)kind een financieel steuntje in de rug

Schenken bij leven is nog altijd voordeliger dan vererven bij overlijden. Bovendien is het leuker: schenken geeft een goed gevoel. Maak handig gebruik van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Dit jaar mag u aan uw kinderen belastingvrij een bedrag schenken van € 5.229, aan kleinkinderen
€ 2.092. Is uw zoon of dochter tussen de 18 en 40 jaar, dan kunt u eenmalig belastingvrij een bedrag schenken van € 25.096. Dit kan ook als uw kind zelf ouder is dan 40 jaar, maar zijn of haar partner die leeftijd nog niet heeft bereikt.
 
Deze eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen van 18 tot 40 jaar kan nog verhoogd worden tot € 52.281 als uw kind het geld gebruikt voor de eigen woning of om een dure studie te betalen. Er gelden aanvullende voorwaarden, dus laat u goed informeren voordat u een schenking doet.
 
Maak nog gebruik van de in 2014 eenmalig verhoogde vrijstelling voor de woningschenking van maximaal € 100.000. Voor een woning in aanbouw geldt enige coulance. Het is mogelijk om een beroep op de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling van maximaal € 100.000 te doen voor een woning in aanbouw en die deels wordt besteed aan bouwtermijnen die in het jaar 2015 vervallen indien de schenking uiterlijk op 31 december 2014 door de begiftigde is ontvangen en aan een aantal voorwaarden (naast de ‘normale voorwaarden’ voor een beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling) is voldaan:

  • de woning in aanbouw is voor de begiftigde op 31 december 2014 een eigen woning in aanbouw als bedoeld in artikel 3.111, derde lid, van de Wet IB 2001;
  • de eigendom van de bouwgrond, of in een voorkomend geval het recht van erfpacht, het recht van opstal of het appartementsrecht, is uiterlijk 31 december 2014 bij notariële akte geleverd aan de begiftigde;
  • in 2014 is ten minste 10% van het geschonken bedrag besteed aan de verwerving van het onder voorwaarde 2 bedoelde (eigendoms) recht of vervallen termijnen met betrekking tot de woning in aanbouw; en
  • het op 31 december 2014 nog niet bestede bedrag van de schenking in 2015 wordt besteed aan de eerstvolgende bouwtermijn(en) die (alle) in het jaar 2015 vervalt(len).

Overstappen op de werkkostenregeling: bent u er klaar voor?

Er is geen ontkomen meer aan. Per 1 januari 2015 is de werkkostenregeling voor iedere werkgever verplicht. Bent u nog niet overgestapt, dan is het nu de hoogste tijd om in actie te komen. Verdiep u in de werkkostenregeling, want de overstap vergt nogal wat voorbereiding. De volgende vijf stappen kunnen u op weg helpen:
  
  • Inventariseer alle vergoedingen en verstrekkingen. De gegevens vindt u terug in uw boekhouding, het personeelshandboek, individuele arbeidscontracten en aanvullende arbeidsvoorwaarden.
  • Deel de kosten in: wat valt onder de vrije ruimte? Zijn er bepaalde vergoedingen en verstrekkingen die niet ten koste gaan van de vrije ruimte omdat zij onder de gerichte vrijstelling vallen of is er wellicht een nihilwaardering van toepassing?
  • Bepaal de fiscale loonsom. In 2015 kunt u maximaal 1,2% van het totale fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers (vrije ruimte). Daarbij geldt het totale fiscale loon van 2015. Wilt u eerder weten of u volgend jaar mogelijk de vrije ruimte gaat overschrijden, dan kunt u dit schatten op basis van het totale fiscale loon van 2014. Met deze schatting in de hand kunt u bepalen welke vergoedingen en verstrekkingen u aanwijst als eindheffingsloon, zodat u de vrije ruimte van 1,2% niet overschrijdt. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt u namelijk 80% eindheffing. U kunt ook beslissen om bepaalde vergoedingen en verstrekkingen niet in de vrije ruimte onder te brengen, maar deze te verlonen.
  • Richt uw administratie in. Om de werkkostenregeling goed te kunnen toepassen, moet u uw administratie aanpassen. Houd er rekening mee dat het totale bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen in de werkkostenregeling inclusief btw hoort te zijn, terwijl u in de financiële administratie vergoedingen en verstrekkingen hoogstwaarschijnlijk exclusief btw boekt.
  • Overleg met werknemers en ondernemingsraad. Het kan zijn dat u door de werkkostenregeling bestaande arbeidsvoorwaarden moet aanpassen. In de meeste gevallen heeft u hiervoor toestemming nodig van uw werknemers. Overleg is dus geboden. In het Belastingplan 2015 zijn er in de werkkostenregeling nog enkele vereenvoudigingen op komst.
Wilt u meer informatie over de werkkostenregeling of heeft u vragen? Neem dan contact op met ons. 

Informatieplicht bij lening voor de eigen woning

Heeft u op of na 1 januari 2013 een eigenwoninglening niet bij een bank of een andere financiële instelling afgesloten, maar bijvoorbeeld bij uw bv, bij een familielid of bij de bv van uw ouders, dan moet u zowel bij het afsluiten van de lening als bij tussentijdse wijzigingen gegevens over deze lening doorgeven aan de Belastingdienst met het formulier ‘opgaaf lening eigen woning’. Dit formulier is te downloaden van de website van de Belastingdienst. Doet u dit niet (tijdig), dan heeft u geen recht op hypotheekrenteaftrek voor deze lening.
 
Alleen als u de gegevens heeft doorgegeven, mag u de hypotheekrente in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Het formulier opgaaf lening eigen woning moet worden verstuurd bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting 2013, maar uiterlijk vóór 31 december 2014. Is er een wijziging in de lening, dan moet u dit doorgeven binnen één maand na het einde van het jaar waarin de wijziging plaatsvond.
 
Heeft u in 2014 een nieuwe hypotheek niet bij een bank of een andere financiële instelling afgesloten? Stuur het formulier opgaaf lening eigen woning dan uiterlijk op bij het indienen van uw aangifte 2014 of, als u uw aangifte niet in 2015 indient, uiterlijk op 31 december 2015. Heeft u de looptijd, rente of aflossingswijze van een nieuwe hypotheek dit jaar gewijzigd? Geef dat dan door vóór 1 februari 2015.
 
Laat uw bedrijfsverlies niet verdampen

Uw bedrijfsverliezen zijn niet onbeperkt verrekenbaar met uw bedrijfswinsten. Een verlies kunt u in de vennootschapsbelasting verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan kunt u een verlies verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.
 
Verliezen uit 2005 en eerdere jaren gaan per 31 december 2014 verdampen. Door tijdig actie te ondernemen, is verrekening van (een deel van) de verliezen wellicht toch nog mogelijk, bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen en/of activiteiten (goodwill) te realiseren.

Aandachtspunten voor 2015

Kinderalimentatie niet langer fiscaal aftrekbaar

Vanaf 1 januari 2015 zijn uitgaven voor levensonderhoud van kinderen niet meer aftrekbaar. De regeling voor ouders die hun kind in belangrijke mate onderhouden en bepaalde vaste bedragen voor de betaalde kinderalimentatie in aftrek kunnen brengen, vervalt. Dat is van belang voor vastgestelde partner- en kinderalimentatieverplichtingen. Nu de alimentatieplichtige geen belastingvoordeel meer heeft, kan diens bijdrageverplichting te hoog zijn vastgesteld. Dit is een van de vele omstandigheden die een aanleiding kunnen zijn voor het aanpassen van de alimentatie.

Ga na of de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat aanpassing van de alimentatie redelijk is. De kans dat de alimentatie wordt aangepast, wordt groter als naast het vervallen van de fiscale aftrek voor kinderalimentatie ook sprake is van andere gewijzigde omstandigheden. Bespreek dit met uw ex-partner of dien een verzoek in bij de rechtbank.
 
Gebruikelijkloon-regeling DGA’s aangepast

Een DGA (directeur-grootaandeelhouder) die een aanmerkelijk belang van ten minste 5% heeft in een vennootschap waarvoor hij arbeid verricht, wordt geacht een minimaal salaris uit die vennootschap te hebben ontvangen. Het kabinet wil het verschil in belastbaar loon met een reguliere medewerker verkleinen. Daarom wordt de gebruikelijkloonregeling met ingang van 1 januari 2015 aangepast.
 
Als hoofdregel geldt vanaf 2015 dat het gebruikelijk loon van een DGA moet worden vastgesteld op het hoogste van deze drie mogelijkheden:
  

 

  1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.
  2. Het loon van de meestverdienende medewerker van de vennootschap of een verbonden lichaam. Van een verbonden lichaam is bijvoorbeeld sprake als de DGA in die vennootschap een belang heeft van ten minste eenderde gedeelte.
  3. € 44.000.

 

De regel die de hoogste uitkomst geeft, bepaalt de hoogte van het gebruikelijk loon.
In 2015 wordt het begrip "meest vergelijkbare dienstbetrekking" ingevoerd. De Belastingdienst krijgt het gemakkelijker bij de vaststelling of het loon gebruikelijk is: het loon van de DGA moet worden vergeleken met het loon uit de meest “vergelijkbare” dienstbetrekking, niet meer met een “soortgelijke” dienstbetrekking. De inspecteur kan het gebruikelijk loon stellen op 75% van het loon dat hoort bij de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit kan dus betekenen dat het gebruikelijk loon van de DGA in 2015 verhoogd moet worden. Als het loon van de meestverdienende medewerker de hoogste uitkomst geeft, maar tot een onredelijke uitkomst leidt, mag de werkgever aannemelijk maken dat een lager loon redelijker is. In dat kader is wel afstemming met de Belastingdienst wenselijk. Als het gebruikelijke salaris minder bedraagt dan € 5.000 (bijvoorbeeld bij een onroerend goed of beleggings bv), mag van salaris worden afgezien.
Als een DGA met de Belastingdienst een afspraak heeft gemaakt over de hoogte van het gebruikelijk loon dan geldt:

 

  • Afspraken over een loon dat gelijk is aan het standaardbedrag van € 44.000 of lager blijven in stand.
  • Afspraken over een loon hoger dan € 44.000 komen per 1 januari 2015 te vervallen.

Het is echter toegestaan om de opgezegde afspraak te blijven toepassen, mits het loon wordt verhoogd tot 75/70 van het loon volgens die afspraak. Als geen gebruik wordt gemaakt van de 75/70 regeling, dan moet het gebruikelijk loon op basis van de nieuwe regelgeving worden vastgesteld. Daarbij is het mogelijk om een nieuwe afspraak te maken met de Belastingdienst.

Neem levenslooptegoed voordelig op in 2015

In 2015 mogen belastingplichtigen fiscaal voordelig hun levenslooptegoed in één keer opnemen. De loonbelasting wordt dan geheven over 80% van het saldo per 31 december 2013.
 
De levensloopregeling is inmiddels afgeschaft. Had u echter op 31 december 2011 op uw levenslooprekening € 3.000 of meer staan, dan kunt u tot en met het jaar 2021 blijven deelnemen aan de levensloopregeling. Vanaf 2012 bouwt u echter geen levensloopverlofkorting meer op. U kunt het tegoed bestedingsvrij en volledig belast opnemen. In 2013 bestond de mogelijkheid om het tegoed ineens op te nemen. Dan was 80% van de waarde van de levensloopaanspraken op 31 december 2011 belast. Dezelfde regeling wordt nu nog eens ingevoerd in 2015. Dan geldt de 80%-regeling voor het bedrag van de aanspraken op 31 december 2013. Het overige tegoed (opgebouwd in 2014) is wel volledig belast.

Stel verbouwplannen niet langer uit

Heeft u verbouwplannen wacht dan niet langer. U kunt namelijk nu nog profiteren van het lage btw-tarief van 6% dat tijdelijk geldt op arbeidskosten bij verbouwing of renovatie van een bestaande woning (ouder dan twee jaar). Dit tijdelijk lage btw-tarief loopt nog tot 1 juli 2015. Daarna betaalt u weer 21% btw op de arbeidskosten.

Zorg er wel voor dat de verbouwing of renovatie van uw woning is afgerond vóór 1 juli 2015. Ontvangt u van de aannemer deelfacturen en is de dienst pas klaar na die datum, dan bent u namelijk 21% btw verschuldigd over de hele verbouwing of renovatie aan uw woning. Het lage btw-tarief van 6% geldt alleen op arbeidskosten en niet voor de materiaalkosten.

Voorkom belastingrente door voorlopige aanslag aan te vragen

Voor zo’n vijf tot zes miljoen mensen zal de belastingaanslag 2014 waarschijnlijk hoger uitvallen dan verwacht. Verwacht u dat uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2014 te laag is en dat u over 2014 moet bijbetalen? Voorkom dat u belastingrente moet betalen. Dien tijdig de aangifte inkomstenbelasting in, dat wil zeggen vóór 1 april 2015. Zijn nog niet alle gegevens gereed, verzoek dan tijdig om een (nadere) voorlopige aanslag, maar in ieder geval vóór 1 mei 2015. De termijn voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting is verlengd van 1 april naar 1 mei. Belastingplichtigen die hun aangifte vóór 1 april insturen, krijgen vóór 1 juli bericht, belooft de Belastingdienst. Degenen die hun aangifte na 1 april invullen, krijgen die garantie niet van de fiscus en de mogelijkheid bestaat dat ze met belastingrente worden geconfronteerd als het een te betalen aanslag betreft die na 1 juli wordt opgelegd. 
 
Zorg ervoor dat u vóór 1 juli 2015 een (voorlopige) aanslag over 2014 hebt. Vanaf 1 juli 2015 rekent de Belastingdienst namelijk belastingrente over de openstaande belastingschuld: voor de inkomstenbelasting 4% en voor de vennootschapsbelasting 8%.
 
De BGL (Beschikking geen loonheffingen) vervangt de VAR in 2015

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) wordt naar alle waarschijnlijkheid in de loop van 2015 vervangen door de Beschikking geen loonheffingen (BGL). Het parlement moet dit wetsvoorstel nog goedkeuren. Het aanvragen van de BGL gaat straks via een webmodule. Na het invullen van een vragenlijst ziet u direct hoe de Belastingdienst uw arbeidsrelatie met een (potentiële) opdrachtgever beoordeelt. Het invullen van de vragen kost ongeveer twintig minuten, mits u de benodigde informatie bij de hand heeft. De gegevens blijven bewaard, zodat u voor een volgende BGL alleen de wijzigingen hoeft in te vullen. Het is vervolgens aan u of u de BGL daadwerkelijk aanvraagt. Een aantal van de door u ingevulde vragen komt straks op de BGL te staan. Voor de juistheid van die gegevens is uw opdrachtgever straks medeverantwoordelijk.
Als opdrachtnemer heeft u met de BGL geen zekerheid over de fiscale kwalificatie van uw werkzaamheden. De BGL zegt bijvoorbeeld niets over de vraag of u in aanmerking komt voor ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting. Uw opdrachtgever weet met de Beschikking dat hij geen loonheffing en premies werknemersverzekeringen hoeft af te dragen over uw beloning, mits uiteraard de gegevens vermeld op de BGL kloppen met de werkelijke situatie.
 
De webmodule is nog in ontwikkeling en totdat deze ook daadwerkelijk operationeel is en de BGL ook in werking treedt, blijft de VAR voor 2014 voorlopig ook in 2015 nog geldig. U hoeft voor het kalenderjaar 2015 dus geen nieuwe VAR-aanvraag in te dienen, mits u hetzelfde werk onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden blijft doen.

Waardering pensioenvoorziening eigen beheer in de jaarrekening

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) geeft richtlijnen af voor de jaarrekeningen. Onlangs heeft de RJ bepaald dat de goedkeuring om de pensioenvoorziening voor de fiscale waarde in de jaarrekening te vermelden, vanaf de jaarrekening 2014 dient te vervallen.
Momenteel is de fiscale waarde van de pensioenvoorziening ruim lager dan de commerciële waarde. De RJ geeft aan dat de pensioenvoorziening commercieel gewaardeerd moet worden, omdat het verschil met de fiscale waarde te groot is geworden. Zij bevelen aan hier ook al zo veel mogelijk bij aan te sluiten bij de nog op te stellen jaarrekeningen over het jaar 2013.
 
Wolfsbergen Van Haarlem zal hier, bij het opstellen van jaarrekeningen over de jaren vanaf 2014, natuurlijk bij aansluiten. Door de nieuwe regels kan het eigen vermogen van uw bv fors dalen.

Personeel


Proeftijd aan banden

Vanaf 1 januari 2015 is het uit den boze om in tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of minder een proeftijd op te nemen. Ook in een aansluitend contract mag geen proeftijd meer worden opgenomen. Afwijking van deze hoofdregel is alleen mogelijk als in een bestaande cao nog een proeftijd wordt bedongen. Nieuwe regels gelden dan uiterlijk over anderhalf jaar, dan wel eerder als de bestaande cao afloopt.
Maak als werkgever dus de afweging of u een werknemer in spe een contract van zes maanden (of korter) zonder proeftijd aanbiedt of een langer contract met proeftijd.

Anticiperen op de nieuwe aanzegplicht

Werkt u veel met tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of langer, dan moet u rekening houden met de nieuwe aanzegplicht. Door deze nieuwe verplichting moet u de werknemer op tijd – uiterlijk één maand voordat het arbeidscontract afloopt – schriftelijk op de hoogte stellen of u zijn tijdelijke contract al dan niet gaat verlengen en onder welke voorwaarden. Doet u dat niet, dan is de sanctie een all-in brutomaandsalaris, dan wel een pro rato deel als u te laat aanzegt.

De aanzegverplichting geldt niet bij contracten waarbij de einddatum niet op een kalenderdatum is bepaald. De aanzegverplichting geldt niet bij contracten waarbij de einddatum niet op een kalenderdatum is bepaald.
 
De aanzegtermijn gaat in voor tijdelijke arbeidscontracten van minimaal zes maanden die eindigen op of na 1 februari 2015. Dit betekent dat u voor contracten die eindigen op 1 februari 2015 al moet aanzeggen op 31 december 2014 of liefst nog eerder. U moet dus nu al anticiperen op de nieuwe aanzegplicht.

Concurrentiebeding alleen nog bij bijzondere omstandigheden

Een concurrentiebeding in een tijdelijk contract is vanaf volgend jaar alleen nog mogelijk bij bijzondere omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen die een dergelijk beding vereisen. Deze zwaarwichtige belangen moet u dan wel schriftelijk motiveren. Zonder overtuigende motivatie is het concurrentiebeding namelijk niet geldig. Wees alert op de gewijzigde regels voor het concurrentiebeding.

Leg nu al transitiekosten vast

De huidige ontslagvergoeding maakt per 1 juli 2015 plaats voor de transitievergoeding. Kort gezegd heeft iedere werknemer die twee jaar of langer bij u heeft gewerkt en waarbij u het initiatief heeft genomen tot het beëindigen dan wel niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, recht op deze vergoeding. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van het aantal jaren dat de werknemer bij u in dienst is geweest en bedraagt maximaal € 75.000 bruto dan wel een jaarsalaris als uw werknemer meer dan € 75.000 bruto verdiende. 
De transitievergoeding geldt ook voor de tijdelijke werknemer die minstens twee jaar bij u heeft gewerkt en van wie het contract op uw initiatief niet wordt voortgezet. Inventariseer daarom alle tijdelijke contracten, zodat u goed in beeld heeft aan welke werknemers u straks eventueel een transitievergoeding verschuldigd bent. Gezien de transitievergoeding is het aangaan van tijdelijke contracten met een totale duur van minimaal twee jaar wellicht ongewenst.
 
Bepaalde kosten mag u straks van de transitievergoeding aftrekken. Het gaat om zogenoemde transitie- en inzetbaarheidskosten. Uw werknemer moet nog wel voordat transitie- of inzetbaarheidskosten worden gemaakt, schriftelijk instemmen met het in mindering brengen van dergelijke kosten op de transitievergoeding. Zorg ervoor dat u dit nu al regelt door dit bijvoorbeeld vast te leggen in een studieovereenkomst. Schriftelijke instemming is niet nodig als over de aftrekbaarheid van kosten afspraken zijn gemaakt met vakbonden of met de ondernemingsraad.


Terug

Tips

Huwelijk buiten gemeenschap van goederen?

Heeft u uw jaarlijkse verrekening al uitgevoerd?

Nederlands Engels