Nieuws

Top 10 eindejaartips 2018

Welke fiscale maatregelen kunt u als ondernemer dit jaar nog treffen die voordelig voor u kunnen uitpakken? Hoe kunt u nu al slim inspelen op wijzigingen die vanaf 2019 gaan gelden? Hierbij tien praktische tips. Voor meer tips kunt u de Fiscale eindejaarstips 2018 downloaden.

1. Speel in op lagere tarieven vennootschapsbelasting
Het tarief van de vennootschapsbelasting gaat de komende drie jaar dalen. Het tarief voor de eerste € 200.000 winst bedraagt in 2018 20% en daalt in 2019 naar 19%. Het tarief daalt verder in 2020 en komt in 2021 uit op 15%. Het tarief voor het deel van de winst dat boven de € 200.000 uitstijgt, is in 2018 belast tegen 25%. Dit tarief blijft in 2019 gelijk, daalt in 2020 en daalt in 2021 verder naar 20,5%.

Tip: Het is aan te bevelen kosten van uw onderneming, indien mogelijk, zo veel mogelijk in de tijd naar voren te halen of inkomsten, indien mogelijk, zo veel mogelijk naar de toekomst door te schuiven. Denk bijvoorbeeld aan de kostenegalisatiereserve, de herinvesteringsreserve, voorzieningen en aan vervroegd afschrijven.

2. Dividend vóór 2020 uitkeren?
Het tarief van de aanmerkelijkbelangheffing (box 2) gaat in 2020 omhoog van 25 naar 26,25%. Vanaf 2021 geldt een verdere verhoging naar 26,9%. Het kan daarom lonend zijn een eventuele dividenduitkering vóór 2020 te laten plaatsvinden, als u deze uitkering consumptief gebruikt of voor het aflossen van een excessieve lening bij uw bv.

Gebruikt u het uitgekeerde dividend niet voor een van deze doelen, dan behoort het tot uw privévermogen en wordt het belast in box 3. Of dit aantrekkelijk is, hangt onder meer af van de vraag of u spaart of belegt in box 3, wat dan het behaalde rendement is en hoeveel belasting u hierover betaalt. Dit is weer afhankelijk van de omvang van uw vermogen in box 3. Met name als u weinig rendement verwacht omdat u met uw vermogen weinig risico wilt nemen én als u over veel vermogen beschikt, is sparen of beleggen in de bv meestal voordeliger.

Tip: Dividend uitkeren om louter belasting in box 2 te besparen, is vaak niet aan te raden. Dat wordt anders als het rendement toeneemt dan wel u over weinig vermogen in privé beschikt.

De tarieven in de inkomstenbelasting gaan in 2019 omlaag. Ook het tarief in de vennootschapsbelasting daalt volgend jaar. Over de eerste € 200.000 winst betaalt uw bv dan 19% Vpb in plaats van 20% in 2018. Ook de jaren erna blijven de tarieven dalen.

3. Speel in op aftrekbeperking box 1
De tarieven in box 1 voor inkomsten uit werk en woning worden de komende jaren fors verlaagd, te beginnen in 2019. Alleen het tarief van de eerste schijf, tot een inkomen van    € 20.142, gaat in 2019 met 0,1%-punt omhoog van 36,55% naar 36,65%. Het tarief van de tweede schijf, voor het deel van het inkomen tussen € 20.142 en € 68.507, daalt fors: van 40,85% naar 38,1%. Over het deel van het inkomen boven € 68.507 betaalt men nu 51,95%. Dit wordt volgend jaar 51,75%.

Hier staat tegenover dat aftrekposten dan dus ook minder voordeel opleveren. Bovendien wordt het maximum aftrekpercentage voor het overgrote deel van de aftrekposten vanaf 2020 in vier jaar tijd afgebouwd naar 37,05% in 2023. Een verschil dus van 14,9%-punt ten opzichte van 2018.

Tip: U kunt hierop inspelen door aftrekposten zo veel mogelijk in de tijd naar voren te halen. Een gift van bijvoorbeeld € 10.000 aan een ANBI levert u tegen het maximumtarief nu in beginsel nog een maximaal fiscaal voordeel op van € 5.195. In 2023 levert dezelfde gift u nog maar een maximaal voordeel op van € 3.705.

Afgezien van aftrekposten voor ondernemers betreft het de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, de uitgaven voor specifieke zorgkosten, de weekenduitgaven voor gehandicapten, de scholingsuitgaven, de aftrekbare giften, het restant persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en verliezen op beleggingen in durfkapitaal. Voor zover mogelijk verdient het aanbeveling deze aftrekposten zo ver mogelijk naar voren te halen.

4. Beperking verliesverrekening voor bv en dga
Verliesverrekening door bv’s vindt plaats in de vennootschapsbelasting. Door de verliesverrekening kunnen positieve en negatieve resultaten veelal tegen elkaar worden weggestreept. Niet onbeperkt, want verliezen kunnen achterwaarts slechts één jaar worden verrekend. Voorwaarts kan dit negen jaar, maar vanaf volgend jaar nog maar zes jaar.

Als u minstens 5% van de aandelen in een bv bezit, heeft u in fiscale zin een aanmerkelijk belang. Een verlies uit aanmerkelijk belang kan ontstaan door bijvoorbeeld rente die u betaalt op een lening die is gebruikt voor de aanschaf van de aandelen. Ook is het mogelijk dat u verlies lijdt bij verkoop van aandelen in een onderneming waarin u een aanmerkelijk belang heeft. Dit verlies kunt u één jaar achterwaarts en negen jaar voorwaarts verrekenen. Dit kan in beginsel alleen met positieve inkomsten in box 2. Ook deze termijn van negen jaar wordt vanaf volgend jaar teruggebracht naar zes jaar.

5. Beperking lenen bij eigen bv
Het excessief lenen bij de eigen bv voor dga’s wordt met ingang van 2022 aan banden gelegd. Het kabinet heeft aangekondigd dat in het voorjaar van 2019 een wetsvoorstel zal worden ingediend, waarin een en ander wordt geregeld. Het voorstel behelst om leningen bij de eigen bv te belasten tegen het tarief in box 2. Dit zou dan alleen gelden voor zover het totaal van alle leningen meer dan
€ 500.000 bedraagt, waarbij leningen ten behoeve van de eigen woning zijn uitgezonderd.

Tip: U kunt belastingheffing voorkomen door dividend uit te keren in die gevallen waarin u meer dan € 500.000 bij uw bv heeft geleend. Doet u dit vóór 2020, dan betaalt u nog 25% belasting over dit dividend. In 2020 wordt dit tarief verhoogd naar 26,25%, in 2021 verder verhoogd naar 26,9%. Bij het in 2019 aflossen van een lening van bijvoorbeeld         € 1.000.000, scheelt dit € 12.500 respectievelijk € 19.000 aan te betalen belasting in box 2.

6. Beperking afschrijving gebouwen
De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting wordt met ingang van 2019 beperkt tot 100% van de WOZ-waarde, in plaats van 50% van de WOZ-waarde nu. Er komt wel een overgangsmaatregel voor recentelijk aangeschafte gebouwen. Volgens deze overgangsmaatregel mag drie jaar volgens het oude regime worden afgeschreven, als een gebouw vóór 1 januari 2019 door de belastingplichtige in gebruik is genomen en er op dat gebouw nog geen drie jaar is afgeschreven. Het maakt in deze gevallen niet uit of de boekwaarde daardoor onder 100% van de WOZ-waarde komt, maar de boekwaarde mag niet onder de 50% van de boekwaarde komen. Voor panden die ter beschikking worden gesteld aan derden geldt deze overgangsmaatregel niet; de grens is en blijft daarvoor 100% van de WOZ-waarde.

Tip: Houd rekening met de beperking als u hierdoor vanaf 2019 in de vennootschapsbelasting niet meer op uw gebouw kunt afschrijven of van plan bent een gebouw voor eigen gebruik aan te schaffen. De beperking betekent dat een gebouw in eigen gebruik in relatie tot een huurpand duurder wordt. Het is wellicht lucratief een pand, waarop door de maatregel niet meer kan worden afgeschreven, te verkopen en terug te huren of te leasen.

Om de nadelige gevolgen van de afschrijvingsbeperking tegen te gaan, kunt u denken aan de volgende zaken:

  • Het vormen van een onderhoudsvoorziening;
  • Wees kritisch op de nieuwste WOZ-beschikking. Kijk bijvoorbeeld of de werktuigenvrijstelling kan worden toegepast en/of de waardering op de juiste wijze heeft plaatsgevonden;
  • Indien het pand duurzaam een lagere nutsopbrengst voor de onderneming heeft, is afwaardering naar een lagere bedrijfswaarde wellicht mogelijk.

7. Verhoging laag btw-tarief
Het lage btw-tarief wordt op 1 januari 2019 verhoogd van 6% naar 9%. Indien de verhoging verwerkt wordt in de prijzen, stijgen deze hierdoor met 2,83%. Dit zal met name te merken zijn aan de prijzen van levensmiddelen. Daarnaast zullen waarschijnlijk ook de prijzen van andere goederen en diensten onder het lage btw-tarief toenemen. Denk met name aan de kapper, fietsenmaker, boeken, tijdschriften, bloemen, planten, werkzaamheden aan woningen die ouder zijn dan twee jaar, culturele uitvoeringen, kamperen, logies, sportactiviteiten en personenvervoer. Koop dergelijke goederen en diensten zo mogelijk al in 2018.

Tip: Het kabinet heeft bekendgemaakt dat indien dergelijke goederen en diensten in 2018 worden besteld en ook al betaald, terwijl ze pas in 2019 worden geleverd, er geen naheffingen plaats zullen vinden. Laat u dus bijvoorbeeld uw meer dan twee jaar oude woning in 2019 opschilderen, maar betaalt u de rekening al in 2018, dan hoeft de schilder slechts 6% btw in rekening te brengen. Dit scheelt bijvoorbeeld op een rekening excl. btw van € 3.000 toch € 90.

8. Werk volgens een modelovereenkomst
Als u een derde inhuurt voor het verlenen van diensten, kunt u via een zogenaamde modelovereenkomst zekerheid krijgen over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking. Maakt u gebruik van een modelovereenkomst, dan heeft u alleen vrijwaring als ook daadwerkelijk volgens die overeenkomst wordt gewerkt. Wordt in de praktijk afwijkend gewerkt, dan vervalt de vrijwaring en kan de Belastingdienst alsnog op dat moment beoordelen of wel of niet sprake is van een dienstbetrekking.

De Belastingdienst heeft aangegeven dat er tot eind 2019 in beginsel niet wordt nageheven en beboet als er achteraf sprake blijkt te zijn van een dienstbetrekking en de opdrachtgever geen loonheffing en premies heeft ingehouden. Dit zal alleen anders zijn als er sprake is van een dienstbetrekking én er sprake is van evidente en opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Let op! Het kabinet Rutte III heeft bekendgemaakt de wet die aan de modelovereenkomst ten grondslag ligt, weer te willen vervangen. Deze in 2016 ingevoerde wet ter vervanging van de VAR (verklaring arbeidsrelatie) zorgt voor te veel onzekerheid en onrust onder zzp’ers en hun opdrachtgevers. In plaats daarvan komt er een nieuwe wet, die opdrachtgevers en echte zzp’ers de zekerheid geeft dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Beoogd is de wet per 2020 in te voeren.

9. Houd rekening met wijziging 30%-regeling
De 30%-regeling voor buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid wordt gewijzigd. Vanaf 2019 mogen werkgevers de regeling nog maar vijf jaar toepassen in plaats van de op dit moment geldende acht jaar. Volgens deze regeling mag een werkgever 30% van het salaris van de betreffende werknemer belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten van de buitenlandse werknemer. Een hoger percentage mag ook, mits aannemelijk wordt gemaakt dat de kosten ook hoger zijn.

Er gelden wel de nodige voorwaarden om de regeling te mogen toepassen. Met name moet er sprake zijn van een specifieke deskundigheid. Dit is onder meer het geval als het jaarsalaris, exclusief de belastingvrije vergoeding, in 2018 minstens € 37.296 bedraagt. Ook moet de werknemer voordat hij bij de Nederlandse werkgever in dienst trad, op minstens 150 km afstand van Nederland hebben gewoond. Het kabinet heeft besloten wel overgangsrecht in te voeren voor de groep waarvoor de regeling als gevolg van deze maatregel in 2019 of 2020 zou eindigen.

Tip: Een soortgelijke regeling geldt voor werknemers die tijdelijk in het buitenland werken. Ook aan die werknemers mag onder voorwaarden 30% van de beloning onbelast worden uitbetaald. Deze regeling wijzigt niet.

10. Schenk vrijgesteld ten behoeve van eigen woning
Per 1 januari 2017 bestaat een schenkingsvrijstelling voor de eigen woning. Voor 2018 bedraagt deze vrijstelling € 100.800. Deze vrijstelling kan onder voorwaarden gespreid over drie opeenvolgende jaren benut worden. De geschonken bedragen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de eerste schenking is gedaan, worden gebruikt voor de eigen woning.
De vrijstelling is niet beperkt tot schenkingen tussen ouders en kind. Hierdoor kan er ook buiten de gezinssituatie gebruik worden gemaakt van de vrijstelling. Wel blijft de beperking van kracht dat de begunstigde tussen 18 en 40 jaar moet zijn (als de schenking gespreid plaatsvindt, moet op alle momenten aan deze voorwaarde worden voldaan). Degene die de schenking ontvangt, moet deze gebruiken voor de eigen woning. Het gaat om de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning en de aflossing van de eigenwoningschuld of de restschuld na verkoop van de eigen woning.

Let op! De verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is eenmalig. De verkrijger kan hier maar eenmaal per schenker gebruik van maken. Heeft u als schenker ten aanzien van dezelfde verkrijger in 2010 tot en met 2014 al gebruikgemaakt van de toenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling, dan is dit vanaf 2017 niet meer mogelijk. Heeft u in 2015 of 2016 eenmalig een bedrag voor de eigen woning onder de verhoogde schenkingsvrijstelling geschonken (maximaal € 52.752 respectievelijk € 53.016) aan uw zoon of dochter, dan mag u dit bedrag in 2018 nog aanvullen tot € 100.800.

 

Laat een comment achter

Inloggen

Kies hieronder voor welk jaar u wilt inloggen:

 

×

Algemene voorwaarden

Kies hieronder welke algemene voorwaarden u wilt inzien:

 

×